*

 

De oorlog kreeg toch nog een gezicht

Jetteke van Wijk − 19/01/09, 00:00

Na 22 dagen kwam er, bijna plotseling, een einde aan het geweld in Gaza. Net toen kritiek toenam in de media, en Israël geconfronteerd werd met de verwoesting in Gaza.

Pas op de 21ste dag van de Gaza-oorlog, toen aan Palestijnse kant het dodental al de 1100 was gepasseerd, kreeg Operatie Gegoten Lood voor Israël een gezicht. Tijdens een live-uitzending op een van de commerciële zenders bleef de mobiele telefoon van een bekende verslaggever onophoudelijk overgaan.

Toen hij opnam, trof hij Ezzeldien Aboe al-Aisj aan de lijn; een Palestijnse gynaecoloog die, bij wijze van hoge uitzondering, tot de oorlog uitbrak toestemming had de grens tussen de Gazastrook en Israël te passeren om onderzoek te doen in een ziekenhuis in Tel Aviv.

Aboe al-Aisj is voor de Israëlische televisiekijker geen onbekende. Tijdens de oorlog vertelde hij met enige regelmaat telefonisch over de situatie in de Gazastrook en het geteisterde Jebalja-vluchtelingenkamp, waar hij woont. Deze keer belde de 55-jarige arts evenwel niet om verslag te doen, maar uit paniek: het Israëlische leger had zijn huis onder vuur genomen en drie van zijn dochters en een nichtje waren dood. Drie van zijn vier andere kinderen raakten ernstig gewond en hadden dringend specialistische hulp nodig.

De in wanhoop gedrenkte woorden van de vader en de emotionele persconferentie toen zijn vrienden bij de televisiezender erin waren geslaagd hem en zijn gewonde kinderen naar een Israëlisch ziekenhuis te laten vervoeren, kwamen juist op een moment dat de media in Israël zich in toenemende mate kritisch opstelden tegenover Operatie Gegoten Lood.

Een van de analyses in kwaliteitskrant Ha’aretz omschreef de oorlog als ’ongeremde waanzin’, terwijl het artikel dat daaronder stond termen bezigde als ’uit de hand gelopen’, ’krankzinnig’ en ’zotternij’. Het hoofdredactioneel commentaar van Ha’aretz kopte: ’Stop de operatie’.

Twee militaire correspondenten riepen bovendien in herinnering hoe het leger bij de aanvang van de gevechten melding maakte van een speciale Hamasdivisie, getraind en gesponsord door Iran en klaar om de confrontatie aan te gaan. „Die divisie is verdampt –en het valt te bezien of ze ooit heeft bestaan.”

En terwijl het overgrote merendeel van de Israëlische bevolking nog steeds onverminderd achter de oorlog stond, leken ook de televisiezenders zaterdagavond de operatie al af te ronden. Het veiligheidskabinet beraadslaagde nog, maar de samenvattingen van 22 dagen oorlog flitsten al over het scherm.

Toen de Israëlische premier Olmert en zijn minister van defensie Barak uiteindelijk voor de camera’s verschenen om het volk te informeren over het eenzijdige bestand, zwaaide een groepje burgers in het door Gazaanse Kassamraketten bestookte stadje Sderot triomfantelijk met de Israëlische vlag. Toch lijken maar weinigen echt tevreden met de beslissing. Sommigen vinden dat de oorlog ten minste een week te lang heeft geduurd, anderen zijn van mening dat een staakt-het-vuren zonder garanties slechts een opmaat is voor nieuwe rakettenregens, nieuwe smokkeltunnels en, uiteindelijk, een nieuw militair ingrijpen.

Ook is er teleurstelling dat Gilad Sjaliet, de Israëlische korporaal die in 2006 door Hamas werd ontvoerd, niet gevonden is. Voor de in de Gazastrook opererende soldaten was dit een van de belangrijkste doelstellingen, en op de muren van doorzochte woningen is volgens berichten meer dan eens de boodschap ’Gilad, we waren hier’ achtergelaten.

Met het staakt-het-vuren afgekondigd, probeert Israël nu het imago op te poetsen door een noodhospitaal te openen op de grens met de Gazastrook, waar gewonde Palestijnse burgers behandeld kunnen worden. In het populaire dagblad Ma’ariv ondertussen, maakt een columnist zich zorgen over de haat die de operatie heeft gezaaid bij de Gazaanse bevolking met wie een verzoening misschien mogelijk was geweest. „Dit was een rechtvaardige oorlog”, concludeert de schrijver. „Maar het was geen verstandige oorlog”.

mailIcon print |