De naam Omar al-Bashir staat gelijk aan islamitische revolutie, heilige oorlog in Zuid-Soedan en etnische zuivering in Darfur.
In 1989 greep militair Al-Bashir in Soedan de macht met steun van islamistische hardliners. Vlak daarna sprak hij een menigte toe, in de ene hand de Koran, in de andere een kalasjnikov: „Verraders verdienen het niet te leven.” Hij liet 28 officieren executeren, verbood alle politieke partijen van de verjaagde coalitieregering en introduceerde de sharia, het islamitische strafrecht.
Zoals zoveel Soedanezen is dictator Al-Bashir geboren op 1 januari. Althans dat staat op zijn geboortebewijs. Maar omdat Soedanezen hun verjaardag niet vieren, valt dat niemand op. Omar werd in 1944 geboren in een arm boerendorpje ten noorden van de hoofdstad Khartoem. De datum van 1 januari betekent dat zijn vader pas later aangifte heeft gedaan en dat de dienstdoende ambtenaar toen een handige datum heeft vastgesteld.
Op zijn zestiende ging Omar het leger in, en was daarmee naar huidige normen kindsoldaat. Hij klom snel op en kon aan de militaire academie te Caïro, Egypte, en aan de Soedanese in Khartoem studeren en werd parachutist. In 1973 vocht hij met de Egyptenaren tegen Israël. Terug in Soedan werd hij kolonel.
In 1989 werd Al-Bashir Voorzitter van de Revolutionaire Gezagsraad voor Nationale Redding, staatshoofd, premier, legerhoofd en defensieminister ineen. Bij een verkiezing in 1996 was hij de enige kandidaat. Hij won met 75,7 procent van de stemmen. In 1999 stond Al-Bashir weer partijen toe, en een jaar later won hij met zijn Nationale Congres Partij 355 van de 360 zetels.
In de jaren na de coup werd Soedan het Mekka van islamistische revolutionairen. Een toen nog onbekende Osama bin Laden woonde er vijf jaar. Hij organiseerde er trainingskampen, zette er bedrijven op en kon vrijelijk het net opgerichte Al-Kaida uitbouwen. Ook Hezbollah werd naar Soedan uitgenodigd. In 1993 kwam Soedan op de terrorismelijst van de VS. In 1996 werd Bin Laden uitgewezen op verzoek van de VS. Sindsdien probeert Al-Bashir bondgenoot te worden van de Amerikanen in de strijd tegen terrorisme. Dat lukt aardig, want hoewel oud-president Bush de oorlog in Darfur tot genocide bestempelde, was er voor de Darfuri weinig vooruitgang te melden en blijft de CIA intensief met het regime samenwerken.
Al-Bashir is altijd een man van de confrontatie geweest. Hij is zelf van Arabische komaf en kijkt neer op de Afrikaanse volken in het land. Hij zette na de coup de lange oorlog met de Afrikaanse, animistische en christelijke volken in Zuid-Soedan met dubbele inzet voort en leek vooral op onderwerping en vernietiging uit. Volgens zijn theorie mogen bij de heilige oorlog volgens de Koran burgerslachtoffers vallen. Er stierven in het Zuiden naar schatting twee miljoen mensen. Miljoenen anderen van Afrikaanse origine moesten op de vlucht slaan.
Pas na veel internationale druk werd in 2005 een vredesverdrag gesloten tussen de zuidelijke SPLM en het regime van Al-Bashir. Sinds die tijd wordt het Zuiden mondjesmaat opgebouwd. In 2011 mogen de zuiderlingen over onafhankelijkheid stemmen, en dankzij de harde lijn van Al-Bashir is de haat daar zo groot dat iedereen van hem af wil en snakt naar een vrij New Sudan.
Terwijl de onderhandelingen met het Zuiden op stoom raakten, escaleerde in 2003 het conflict in Darfur. Weer gebruikte Al-Bashir de beproefde verdeel-en-heers-tactiek: Arabische milities bewapenen en inzetten tegen Afrikaanse boeren, moord, verkrachting, roof. Dat het hier om medemoslims gaat, is niet van belang. Het precieze dodental in Darfur is onbekend, maar ligt naar schatting boven de 200.000. Ontheemden zijn er tegen de drie miljoen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.