In de doe-democratie moeten mensen de handen uit de mouwen steken, schrijft de Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid in zijn recente rapport 'Vertrouwen in burgers'. Maar hoe gaat dat in de praktijk? Trouw praat met professionals en vrijwilligers. Vandaag aflevering 1: Martine Vonk, professionele vraagbaak voor bewoners van Terherne.
Martine Vonk wijst verzoeken om hulp nooit zomaar af, ze vertelt altijd waar mensen recht op hebben. Dus als iemand met een rollator zich beter in huis kan bewegen als er een speciale drempel wordt geplaatst, dan zegt ze: "U mag die drempel wel hebben. Maar ziet u zelf ook andere mogelijkheden om dit op te lossen?"
Het verrassende is dat er dan geen stilte valt, maar dat mensen met suggesties komen, zegt Vonk in de voorkamer van het dorpshuis in het Friese Terherne. "Dan zeggen ze: de zoon van de overbuurman is timmerman, die zou die drempel wel kunnen maken. Maar om die nou te vragen..." In zo'n geval moedigt ze aan die beduchtheid opzij te zetten en op de dorpsgenoot af te stappen. "Ik heb het nog nooit meegemaakt dat mensen nee zeiden. Ook bewoners van wie altijd iedereen denkt dat ze het druk hebben, willen best wat doen."
Martine Vonk woont in Terherne en ze is er meitinker van beroep, Fries voor meedenker. Voor haar ligt een mobiele telefoon; de achthonderd bewoners van het dorp van jongensboek 'De Kameleon' kunnen haar altijd bellen voor vragen over zorg, wonen en welzijn. De oud-ziekenverzorgster is in dienst van Mienskipssoarch (gemeenschapszorg), de stichting die in de gemeente Boarnsterhim de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) uitvoert, waarop mensen bij ziekte en ongemak een beroep kunnen doen voor huishoudelijke hulp en kleine aanpassingen in het huis. In andere gemeenten moeten burgers daarvoor veelal naar een centraal loket, in Boarnsterhim komen de medewerkers naar de mensen toe. In alle achttien dorpen is een meitinker aangesteld voor vier uur per week. Zij zoeken met bewoners naar zo simpel mogelijke oplossingen. Liefst in de buurt; en pas als het niet anders kan, schakelen ze deskundigen in van gemeenten, corporaties, welzijnsinstellingen.
Het meitinker-systeem is óók opgezet om de leegloop van dorpen in dit soort plattelandsgebieden tegen te gaan. Een voorbeeld: "Aan tussenschoolse opvang was bij ons geen behoefte, moeders zeiden ze dat ze oppas tussen de middag wel met de buurvrouw regelden. Maar zij zaten ondertussen wel omhoog als de buurvrouw een dagje wilde winkelen. Op ons advies heeft de kinderopvang de behoefte gepeild. Nu is er professionele opvang bij de basisschool."
Maar vaker neemt Terherne de weg terug, van hulp van beroepskrachten naar vrijwilligers. Vonk kan een beroep doen op een team van veertig dorpsbewoners. Acht van hen, meldt ze trots, zijn tussen de twaalf en achttien. De jongeren doen waar ze goed in zijn: ze maken ouderen wegwijs op de computer, ze stellen mobiele telefoons in. Zo is van het hele dorp bekend wie wat wil en kan doen, van pedicure tot zeilvereniging. En Vonk is uitgegroeid tot een praktische vraagbaak op een veel breder terrein dan strikt de WMO-regeling.
Directeur van Mienskipssoarch Rensina van der Velde is ervan overtuigd dat haar club functioneert op een manier die in de toekomst onontkoombaar is, ook in andere gebieden van het land, en ook in steden, al zal daar per wijk gewerkt moeten worden. De bemiddeling door de meitinker kost maar een schijntje vergeleken bij de opbrengst: in Boarnsterhim doen elk jaar minder mensen een beroep op de WMO, het aantal huisbezoeken daalde van 1400 in 2010 naar krap duizend in 2011. Van der Velde: "Vroeger was het: ik heb een probleem, waar heb ik recht op. Dat kan niet meer. Nu is het: ik heb een probleem, wat kan ik er zelf aan doen en wie kan mij helpen. Je kunt de rekening niet altijd bij de overheid leggen. Mensen zeggen dat hun kinderen het te druk hebben, maar het is toch vreemd om schroom te hebben om je dochter te vragen, maar om geen schroom te voelen om de maatschappij te vragen?"
Maar ook de beroepskrachten die de regels uitvoeren, moeten nog een omslag maken, zegt Martine Vonk. "Ik merk bij de mensen achter de loketten een enorme angst om 'nee' te verkopen. Ze denken dat als de ene iets krijgt, de ander dezelfde hulp toekomt. Gelijke monniken, gelijke kappen. Ik zie het anders. Het gaat erom dat je kunt uitleggen wat je doet. Ik hoor ook weleens in het dorp dat mensen het belachelijk vinden dat iemand hulp krijgt. Dat mens mankeert niks, zeggen ze dan. Maar ik weet waarom er hulp is. Ik ben bij de achterdeur geweest."
Wekelijks overleg
Het rapport van de WRR over de doe-democratie doet een beroep op instanties en de overheid om burgers te vertrouwen, maar het pleit ook voor veranderingen binnen professionele organisaties. De manager moet mensen in de frontlinie de ruimte geven te handelen naar eigen inzicht.
De directie van Mienskipssoarch werkt al zo, zegt directeur Van der Velde. Aan het begin van het jaar informeert de leiding naar de plannen en er is wekelijks overleg. Van de vier uur die de meitinkers hebben voor 'hun' dorp, besteden ze één aan een wekelijks spreekuur. De rest kunnen ze flexibel inrichten, voor gesprekken, huisbezoeken, contacten met vrijwilligers.
Van der Velde: "Als je mensen verantwoordelijk maakt voor hun eigen taken, worden ze creatiever". Aan het begin van het jaar is er voor alle meedenkers samen 1000 euro voor kleine dingetjes, en die pot is het aan eind van het jaar nog nooit helemaal op geweest.
© 2013 - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.