Hanne Obbink −
26/01/12, 05:09
Protest van leraren op het Plein in Den Haag eerder deze maand. Docenten voelen zich niet gehoord door Haagse politici. Foto © ANP
Zeker 20.000 stakende leraren worden er verwacht, vanmiddag in de Utrechtse Jaarbeurs. Op zo'n 180 scholen in het voortgezet onderwijs vallen zoveel gaten in het rooster dat ze vandaag gesloten moeten blijven. De leraren zijn boos. Waarom precies?
Officieel gaat het om de wet die regelt hoeveel les een leerling in het voortgezet onderwijs moet krijgen. Daaraan is jarenlang gesleuteld, totdat er een tekst lag waarmee alle partijen uit de voeten konden. Nu is 1040 uur per jaar het minimum, volgens het nieuwe voorstel moest dat duizend uur worden.
Alles pais en vree, tot PVV-Kamerlid Harm Beertema plotseling opperde dat het toch 1040 uur moest blijven. Minister Marja van Bijsterveldt had daar geen bezwaar tegen, een meerderheid van de Kamer ook niet en zo bleef die 1040-uursnorm in de wet. Alleen de Eerste Kamer moet er nog mee instemmen.
De schoolbesturen zijn daar boos over, omdat ze niet genoeg geld zeggen te hebben voor die 1040 lesuren. De scholieren zijn bang dat scholen hen in een klaslokaal zullen zetten zonder echt voor les te zorgen (de 'ophokuren'). De leraren delen die onvrede, en voor hen komt er nog iets bij: volgens de nieuwe wet gaat er een week van hun zomervakantie af. Die gaat van zeven naar zes weken.
Is dat de echte reden van hun woede? Daar lijkt het wel op. Geen groter taboe onder leraren dan de lange vakanties. Die hebben ze hard nodig, vinden ze zelf, omdat de werkdruk in de rest van het jaar enorm hoog is. Alleen al het feit dat ze dat op elk verjaardagsfeestje opnieuw moeten uitleggen, maakt hun hypergevoelig voor discussie erover.
Toch kan minister Van Bijsterveldt haar plan goed uitleggen. De werkdruk van leraren zit daarin dat veel werk zich concentreert in een beperkt aantal weken: dat leidt tot piekbelasting. Dat is te verhelpen door het aantal gewerkte uren over meer weken te verspreiden, redeneert ze. Een week minder vakantie helpt dus om de werkdruk te verlagen.
Maar de meeste leraren geloven er niets van dat de werkdruk daardoor in de praktijk inderdaad zal afnemen. Zij zien vooral die extra werkweek; ze verwachten niet dat ze het verderop in het schooljaar rustiger krijgen.
Maar wie zijn licht opsteekt in lerarenkamers in den lande merkt dat de woede van leraren over veel meer gaat dan die vakanties alleen. De bezuinigingen op het speciaal onderwijs (en de gevolgen die deze ook op reguliere scholen zullen hebben), de invoering van prestatiebeloning waar buiten politiek Den Haag niemand op zit te wachten, de bevriezing van hun salarissen - leraren zijn er kwaad over, maar ze hebben tegelijkertijd het gevoel dat 'Den Haag' geen enkele boodschap heeft aan hun onvrede. 'Den Haag dendert maar door', heet het in de lerarenkamers.
Het vertrouwen in Van Bijsterveldt is intussen tot een dieptepunt gedaald. Toen ze aantrad als minister wilde nog zo'n 45 procent van de leraren in het voortgezet onderwijs haar op z'n minst het voordeel van de twijfel geven. Afgelopen najaar bleek dat percentage gehalveerd te zijn. En slechts 3 procent vindt dat dit kabinet het onderwijs vooruit helpt. Van die onvrede is de lerarendemonstratie van vanmiddag de uitdrukking.