Robin van Wechem −
08/01/12, 07:16
Illustratie Isabel Brito.
Wat hebben de directeur van een internetbedrijf, een tuinder en een anesthesist met elkaar gemeen? Ze zijn ouder dan vijftig jaar, overwerkt en uit de roulatie, al dan niet met zware fysieke klachten. Geknakt na twintig jaar of langer te veel van zichzelf te hebben gevraagd. Bij de praatgroep 'Vermoeide Helden' van het Riagg Rijnmond leren ze dat het leven uit meer bestaat dan presteren.
Tropenjaren die zich wreken, zo omschrijft klinisch psycholoog en psychotherapeut Marcel Fonville het mechanisme waardoor zijn cliënten zijn vastgelopen.
'Ik ben wat ik presteer'"Vermoeide helden zijn mannen die op hun werk altijd een bovenmatige inzet hebben getoond vanuit de gedachte 'Ik ben wat ik presteer'. Tot ze een jaar of vijftig, zestig zijn gaat dat goed, totdat er iets gebeurt waardoor ze de druk opeens niet meer aankunnen. Dat kunnen fysieke klachten zijn als hartproblemen maar ook een depressie of een rigoureuze verandering in hun werksituatie waardoor ze in één klap in een crisis belanden."
"Je moet dan denken aan mannen die opeens uit de roulatie zijn, ze worden wegbezuinigd bij een reorganisatie of hun bedrijf gaat failliet", vult Fonville's collega Loek van Dam aan. "De enige troef die ze hadden was hun werk, en dat valt plotseling weg."
Schaamte speelt een grote rol bij vermoeide helden. "We hadden hier in de praatgroep eens een man die was ontslagen als directeur van een bedrijf. Hij durfde dat een jaar lang niet aan zijn vrouw te vertellen, tot de problemen zo groot werden dat hij er niet meer omheen kon."
HaantjesVermoeide helden zijn meestal niet de gemakkelijksten in de omgang. "Het zijn wel een beetje haantjes", zegt Fonville. "Laat dat 'beetje' maar weg", lacht Van Dam, "maak er maar haantjes van. Ze maken moeizaam contact, hebben vaak een strijdrelatie met hun huisarts en laten zich niet zomaar dingen door anderen vertellen."
Haantjes dus, die zichzelf zijn tegengekomen. "Het moeten wel echt gevallen helden zijn die hier komen", zegt Fonville. "De groep werkt pas als iemand flink zijn hoofd heeft gestoten en geen andere weg meer ziet om uit de put te komen."
Voormalig directeur van een grote hbo-instelling Bert Steenkamp is zo'n gevallen held. Hij raakte ongeveer tien jaar geleden in een zware depressie nadat hij al een tijd last had van slapeloosheid, hoofdpijn en een hoge bloeddruk.
"Ik was al vijftien jaar alleen maar aan het werk, had continu afspraken. Als ik een ontbijtafspraak had staan, maakte ik daarvoor gerust nóg een afspraak. Ik dineerde soms twee keer op een dag. Achteraf gezien was dat ontzettend zwaar, je bent de hele tijd moe en herstelt niet meer. Toen had ik dat niet door, ik leefde in die doelmatigheid. Van de ene op de andere dag ging dat niet meer en zat ik ziek thuis."
Vermoeide Heldengroep De eerste vier maanden nadat hij was ingestort, zat Steenkamp in individuele therapie. Dat was zo heftig dat hij maar één keer in de twee weken kon gaan. Toen hij eenmaal in de praatgroep zat, kostte het hem een half jaar om zich er een beetje thuis te voelen. "Elke keer als ik in de trein naar Rotterdam zat, dacht ik 'dit is een grote vergissing.' Ik ben een Bourgondisch type, ik houd van lekker eten, ik organiseer graag feesten. Lijden aan een zware depressie vond ik helemaal niet bij mij passen, en mijn omgeving ook niet."
Toch was de overstap naar de Vermoeide Heldengroep uiteindelijk een verademing. "Als het daar even niet meer ging of als je vastliep, namen anderen het gesprek over."
Het voordeel van groepstherapie boven individuele therapie is herkenning, leggen de therapeuten uit. "In de groep zien de vermoeide helden hun eigen problemen weerspiegeld in anderen", zegt Van Dam. "Ze spreken elkaar aan op gedrag dat ze zelf ook vertonen, dat leidt tot inzicht." De weerstand die de mannen hebben jegens - veelal jongere - hulpverleners en het praten over gevoelens, valt weg als blijkt dat zij niet de enigen zijn met dergelijke problemen.
"Het is best pijnlijk om te beseffen dat je zelf een aandeel hebt in je misère, dat het niet alleen de boze buitenwereld is die verantwoordelijk kan worden gehouden. Dat is een zware dobber, waar de groep een steun bij kan zijn."
Acceptatie van langzamer levensritmeDe duur van de behandeling is relatief lang, gemiddeld twee tot drie jaar. "Vermoeide helden worden nogal eens verward met mensen die een burn-out hebben", zegt Fonville. "Ze zijn vaak al twee of drie keer burn-out geraakt, maar ze zijn altijd weer aan het werk gegaan, wilden - of konden - niet stoppen."
Mensen met een eerste burn-out verwijzen de therapeuten meestal door. "Reïntegratie op de arbeidsmarkt is geen primair doel voor vermoeide helden", zegt Van Dam. "Het gaat veel meer om de acceptatie van een langzamer levensritme."
De groep is een laatste middel, waar mannen een betere balans in hun leven leren brengen. "De maatschappij accepteer geen falen, de helden zelf ook niet", zegt Fonville. "Hier proberen we ze te doen inzien dat er een leven is na het presteren."
Steenkamp zat vijf jaar bij de vermoeide helden. "We praatten over de onderliggende redenen van ons gedrag, waarom we allemaal zo hard werkten. Dat gaat vaak terug op je kindertijd, bij mij ook, maar daar vertel ik liever niet over."
KarakterVolgens Fonville is het 'heldensyndroom' eerder een kwestie van karakter dan van tijdsgeest of sociale klasse. "Vermoeide helden komen uit alle lagen van de samenleving, 'van directeur tot monteur' zeg ik wel eens. De meeste helden waar wij ervaring mee hebben, zijn van de wederopbouwgeneratie, kinderen van arme ouders die altijd hard werkten. Maar de praatgroepen zelf bestaan al veertig jaar. Generaties van voor de oorlog kampten ook met deze problemen."
In de jaren negentig was er volgens Van Dam sprake van verwaarlozing van psychische problemen door de overheid: "Mensen waar eigenlijk niet zoveel mee aan de hand was, werden afgevoerd via het WAO-putje, terwijl ze eigenlijk nog wel konden werken. Nu is dat doorgeslagen naar de andere kant, nu zijn psychische problemen geen reden meer om te worden afgekeurd."
Druk om door te werken"Er is tegenwoordig veel meer druk om door te werken", vult Fonville aan. "We hebben steeds meer mensen in therapie die nog werken. Voor zzp'ers geldt bovendien dat ze geen recht hebben op een uitkering, en wel door moeten werken. Armoede speelt daar echt een rol."
Steenkamp is inmiddels weer een tijd aan het werk, maar met strikte afspraken voor zichzelf. "Ik ga niet meer met de auto maar met de fiets naar kantoor en ik houd me aan een beperkt aantal uren. Ik moet mezelf continu monitoren, maar dat gaat best goed."
Zijn omgeving heeft niet veel gemerkt van de verandering, denkt hij. "Het is niet zo dat mensen opeens zeggen 'Goh, wat ben jij veranderd'. Dat ben ik ook niet, behalve misschien dat je niet meer altijd een afspraak met me kunt maken. Vroeger kon dat altijd, nu houd ik ook tijd voor mezelf vrij."
De naam Bert Steenkamp is vanwege privacyredenen gefingeerd.
Vermoeide heldinnenHet Riagg Rijnmond heeft geen praatgroep voor vermoeide heldinnen, simpelweg omdat er geen vrouwelijke groepstherapeut is. Bij GGZ Noord-Holland kunnen vrouwen wel terecht.
Vermoeide heldinnen zijn altijd sterk geweest, neigen naar perfectionisme, en stellen hoge eisen zonder hun grenzen af te bakenen. Trainster Nicolien Bot geeft cursussen voor vermoeide heldinnen en schreef daar in 2010 ook een boek over.
Bij haar werk voor de politie en later in de zorg zag ze hoe mannen en vrouwen anders omgaan met stress. "Vrouwen doen niet het gangbare fight/flight, vechten of vluchten. Zij reageren met tense/be friends, relaties in stand houden terwijl ze gespannen zijn. Een vrouw die na een drukke dag thuiskomt, gaat voor de kinderen zorgen, een man gaat op de bank zitten. Ik probeer vrouwen te laten inzien dat ze trots op zichzelf mogen zijn. Als een vrouw faalt, komt dat door innerlijke factoren terwijl succes aan externe factoren ligt. Bij mannen is dat precies andersom."
Nergens goed inDe psychiater Van Eekeren beschreef in zijn proefschrift uit 1991 een aantal voorbeelden van vermoeide helden. Allemaal hebben de mannen moeite met zichzelf en hun rol op hun werk. In bredere zin zit de maatschappij hen dwars, die is veranderd zonder dat ze daar om hebben gevraagd.
Een chauffeur van 56 jaar klaagt over huilbuien en prikkelbaarheid sinds zijn baas hem met allerlei vervelende klusjes opzadelt. Hij zit in de Ziektewet en is zijn vroegere functie als reisleider kwijt, een professioneel gezichtsverlies waar hij onder lijdt. Twaalf jaar geleden scheidde hij van zijn eerste vrouw en hertrouwde hij met een negentien jaar jongere vrouw.
Een andere vermoeide held is een 48-jarige leraar op een middelbare school. Hij kan zijn werk niet meer aan en ziet er enorm tegenop om tot zijn pensioen door te werken. De man omschrijft zichzelf als 'iemand die eigenlijk nooit ergens echt goed in is geweest'. Van Eekeren beschrijft hem als iemand met een groot verantwoordelijkheidsgevoel en last van dwangmatige trekken.
Gauguin-syndroomOp je 43ste je vrouw en kinderen verlaten en op een tropisch eiland omringd door halfnaakte schonen tot je dood postimpressionistische schilderijen maken. De Franse schilder Paul Gauguin deed het, nadat zijn carrière als beurshandelaar was geflopt en zijn gezin naar zijn schoonfamilie in Denemarken was teruggekeerd.
Het Gauguin-syndroom betekent zoveel als toegeven aan de vluchtdrang uit een stabiel leven vol verantwoordelijkheden en de wens een tot dan toe onderbelichte kant van zichzelf te ontdekken.
Gauguins schilderij 'D'où venons-nous? Que sommes-nous? Où allons-nous?' ('Waar komen we vandaan? Wie zijn wij? Waar gaan we heen?'), weerspiegelt zijn innerlijke zoektocht. Hoewel de schilder had aangekondigd na het voltooien van het werk zelfmoord te zullen plegen, stierf hij pas vijf jaar later op 53-jarige leeftijd, aan de gevolgen van syfilis en regelmatig terugkerende hartaanvallen.
Tegenwoordig is het Gauguin-syndroom bekender onder de naam midlifecrisis, een term die in 1965 voor het eerst werd gebruikt door de Canadese psycholoog Elliot Jacques.
Hoewel het idee van de midlifecrisis snel doordrong in de (pop)cultuur was er vanuit de wetenschap felle kritiek op het vermeende universele karakter ervan. Mensen herdefiniëren hun leven grofweg elke tien jaar en ouder worden is zeker niet altijd de doorslaggevende factor in de problemen die mensen rond hun veertigste ervaren. Bovendien is de midlifecrisis vooral een westers fenomeen, dat in sommige niet-westerse culturen niet eens bestaat.