Marten van de Wier −
21/11/11, 22:47
In de Tuinwijk in Bergen op Zoom kun je op woensdagmiddag een speld horen vallen. Het Pioenveld, de Rozenstraat en het Lupineveld kronkelen zich rond hofjes. Sommige huizen zijn klein, andere groter, maar allemaal hebben ze een nette voortuin, die uitkomt op een bladvrije stoep. Er is een basisschool en een afhaalchinees.
Alleen in wijkcentrum De Hofstee is wat te doen. Een groep van vijf mannen - de jongste is 59 - dagen elkaar om de beurt uit voor een potje biljart. De anderen slaan het gade vanaf een tafeltje, met een biertje voor hun neus. In de zaal achter hen klinkt rustige muziek, terwijl tai-chi-tao-docente Rina Haest de les voor haar groep reumapatiënten in een kring afsluit. Ze doen haar trage armbewegingen na. "Geef die goede chi een plekje in jezelf", zegt Haest.
Vrijwel iedereen die hier vanmiddag is, komt er al jaren. "Voor mij is het thuiskomen", vertelt Haest na de les. "De ruimte is zó fijn. En ze doen hier alles voor je." Op verzoek van Haest en haar leerlingen is er jaren geleden een spiegelwand gekomen, die door sponsors is betaald. Beheerder Anita de Dooij heeft dat geregeld. Er komen wekelijks zes groepen reumapatiënten. Hun gewrichten hebben baat bij de langzame tai-chi-tao bewegingen.
De gemeente Bergen op Zoom wil De Hofstee op 1 januari 2013 sluiten. Bergen stopt met het financieren van zes van de tien wijkcentra, om ruim 1 miljoen te bezuinigen. Het zorgt voor woede en verdriet bij de vaste bezoekers. En tot afgunst, want naast de twee centra in de dorpen Borgvliet en Halsteren blijven in de stad de wijkcentra Oost en Fort Zeekant wél open. Zij liggen in achterstandswijken.
"Zij hebben activiteiten voor allochtonen", zo verklaart beheerder De Dooij in haar kantoortje. De Hofstee heeft ook eens een naaicursus voor allochtone vrouwen geprobeerd, maar er waren te weinig vrijwilligers om die te blijven geven. De Tuinwijk is geen achterstandswijk, al staan er evenmin villa's. Het zijn vooral vijftigplussers die De Hofstee bezoeken. De wekelijkse 'kinderclub' is op zijn retour. "Kinderen gaan nu naar naschoolse opvang", zegt De Dooij. De bingoavonden trekken echter vaak wel zestig bezoekers. Er zijn kaarttoernooien en er zitten een paar biljartverenigingen. De Dooij, die het wijkcentrum al 25 jaar runt, kijkt door het raam. "Och, daar is meneer Wertz van de les Latijn van de Katholieke Bond van Ouderen. Die komt een stift lenen."
Fré Smits, directeur van de koepel van wijkcentra in Bergen op Zoom, is gefrustreerd vanwege het besluit van het gemeentebestuur. "De meest krakkemikkige gebouwen - die een negatief resultaat draaien - blijven over, omdat ze in sociaal zwakke wijken staan. Ik heb het idee dat dit college nog gelooft in de maakbaarheid van de samenleving." Smits doet dat niet. "De maatschappij is individualistischer geworden. Ook in arme wijken zoeken mensen hun eigen richting." Volgens Smits worden de wijkcentra Oost en Fort Zeekant maar matig bezocht, en is het 'heel moeilijk' om de allochtone wijkbewoners te bereiken. "Anderzijds moeten er nu goed geoutilleerde gebouwen dicht, terwijl zij juist veel bezoekers trekken."
Het is een principieel verschil van inzicht met wethouder Arjan van der Weegen van de lokale partij Gemeentebelangen/Werknemerspartij Bergen op Zoom (GBWP). Juist goedlopende wijkcentra zijn geen taak voor de gemeente, vindt hij. "Ik heb geen zin om de kopjes koffie van rijke tweeverdieners te subsidiëren, zoals in de wijk Bergse Plaat", stelt Van der Weegen. "Het wijkcentrum is daar in feite de enige kroeg. Dat kan een commerciële partij prima overnemen." Uiteindelijk hoopt de gemeente twee wijkcentra te kunnen verkopen aan bedrijven. Een derde centrum nemen buurtbewoners zelf over. Als dat allemaal lukt, zou Bergen op Zoom zeven wijkcentra overhouden. De wethouder belooft te helpen met het zoeken naar een andere plek voor de activiteiten in de wijkcentra die dicht gaan. "We zijn nu wat ruim bedeeld, met tien wijkcentra op 65.000 inwoners", zegt hij. "Ik bezuinig liever op stenen dan op mensen."
Toch voelt het voor de gebruikers van De Hofstee alsof de wethouder wel degelijk op hen bezuinigt. "We worden achter de geraniums gegooid", zegt Adri de Crom (62), tussen twee stoten op het biljart door. De 59-jarige Frans Aarden kan zelf niet meer meespelen. Hij lijdt aan de spierziekte MS. "Maar ik kom hier nog wel voor de sociale contacten." Johan Zegers (78) verheft zijn stem. "Waar moet die man nou naartoe? Hij is slecht ter been. Ze ontnemen hem zijn ouderensoos. En ik heb ook geen zin om in de horeca te gaan biljarten. Dat is veel te duur."
Anders dan de biljarters komen de tai-chi'ers uit de hele stad, en zelfs van daarbuiten. Toch willen ook zij niet verhuizen. Lukt het wel om nog een plek te vinden als zoveel wijkhuizen dicht gaan? En voldoet die plek wel aan hun eisen? Hun contributie is laag, omdat de huur van de ruimte in De Hofstee nog geen 13 euro per uur bedraagt. Of dat zo blijft, is de vraag. "Als we hier weggaan, stop ik ermee", zegt lerares Haest zichtbaar aangedaan. "Dan heb ik er geen zin meer in."
"Wat hier komt, leeft echt onder het modale inkomen hoor", vertelt beheerder De Dooij. "Veel WAO'ers en ouderen die anders zouden vereenzamen. Mensen voor wie de wereld van nu te snel gaat. Zij voelen zich niet thuis in de horeca, waar ze met de nek worden aangekeken. Die mensen worden nu uitgekotst."
De Dooij zucht. "Als ze nou hadden besloten om over tien jaar te sluiten, dan had ik er begrip voor gehad. Dan zijn veel van onze bezoekers weg. Met al die sociale media op internet hebben de dertigers en veertigers van nu geen wijkcentrum meer nodig."
Nee, hij voelt zich niet opgezadeld met de klus die de gemeente niet wil opknappen. Het eigendom van wijkcentra en dorpshuizen past beter bij woningcorporaties dan bij de gemeente, vindt Antoine de Ceuster, directeur van corporatie Zeeuwland op Schouwen-Duiveland. "Het valt onder onze taak om te zorgen voor leefbaarheid en sociale cohesie. Maar het levert ons niets op, we leggen erop toe."
Schouwen: corporatie als reddende engel
Schouwen-Duiveland telt 17 dorpshuizen. Vier jaar geleden deed de gemeente ze allemaal van de hand. Omdat commerciële partijen geen interesse hadden, nam Zeeuwland ze over. De corporatie zegde toe ze tot 2017 open te houden. Het is geen onverdeeld succes. Een aantal dorpshuizen wordt druk bezocht, andere een stuk minder. "Dorpshuizen moeten een clubhuis voor de gemeenschap zijn", vindt De Ceuster. "We willen meer samenwerken met de bewoners. Als vrijwilligers de exploitatie voor hun rekening nemen, hoeft de huur niet hoog te zijn." Het zal van actieve bewoners afhangen welke dorpshuizen na 2017 openblijven.
Tilburg: bewoners knappen het zelf op
"We doen dit niet om de gemeente te kietelen", verzekert Rob Leurs, penningmeester van buurthuis In de Boomtak in Tilburg. "Ik was juist kwaad vanwege het besluit om het buurthuis te sluiten." Toch komt de gemeente er goed vanaf. Een club actieve buurtbewoners nam het heft in eigen hand, en richtte een stichting op. Die huurt het pand nu van de gemeente, tegen een marktconforme prijs. Het geld wordt opgebracht door een kleine verhoging van de prijzen aan de bar ('stuiverwerk', zegt Leurs) en het doorverhuren van zalen aan een aantal nieuwe gebruikers. Ruim vijftig mensen betalen jaarlijks 25 euro als 'vriend van de Boomtak'. Zes bedrijven uit de wijk zijn sponsor, en Leurs probeert nog geld los te peuteren bij de woningcorporatie. Een groep van twaalf vrijwilligers zorgt voor de exploitatie van het wijkhuis.