*

 

'O mam, hij blijft toch niet?'

RACHEL VAN WIJNGAARDEN − 20/10/11, 21:09

De eigen kinderen van pleegouders blijven vaak onzichtbaar. Terwijl de komst van een pleegbroer of -zus in een gezin veel impact heeft.

'Tom logeert bij ons", vertelt de achtjarige Suze. "Alleen wel héél lang." Te lang, volgens haar zus Thirza. Zij hoopt dat er zo snel mogelijk een ander pleeggezin voor hem wordt gevonden. "Want ik kan er niet mee omgaan."

Drie maanden is Tom (7) nu bij hen in huis. Het gezin Van Dijk - vader Hans (35), moeder Yvonne (34) en hun twee dochters Thirza (11) en Suze (8) - herbergt daarnaast ook al meer dan een jaar pleegzoon Quin (2). Yvonne van Dijk noemt Quins komst een verrijking voor hen alle vier. "We zijn dol op kinderen en wilden graag voor een kindje zorgen dat het niet zo goed had als wij. 't Is dat Quin niet uit mijn eigen buik gekomen is, maar ik houd net zoveel van hem als van mijn eigen dochters. En ook zij zijn gek op hem."

Toen ze goed en wel aan Quin gewend waren, stelden Hans en Yvonne zich dit voorjaar ook beschikbaar voor crisisopvang. Kamers genoeg in hun woonboerderij, dus kon Tom er ook nog wel bij. Maar het valt de meiden niet mee hun thuis nu ook met hem te moeten delen. "O mam, hij blijft toch niet?", vroegen ze al snel. De familie is met hun twee pleegkinderen twee totaal verschillende ervaringen rijker. De komst van een pleegkind kan voor de eigen kinderen blijkbaar zowel positief als negatief uitpakken.

Exacte cijfers zijn er niet, maar naar schatting wonen er in meer dan de helft van de pleeggezinnen in Nederland ook eigen kinderen. "Ze blijven vaak onzichtbaar. 'Invisible carers' worden ze in Engeland ook wel genoemd. Ze dragen toch een deel van de zorg mee", vertelt Hans Grietens, hoogleraar orthopedagogiek aan de Rijksuniversiteit Groningen en expert op het gebied van jeugd- en pleegzorg.

Onderzoek onder eigen kinderen van pleegouders is schaars. Recent verscheen er wel een Engelstalige overzichtsstudie. Die bevestigt het dubbele beeld dat Grietens zelf ook in Vlaanderen vond: positieve ervaringen zijn er wel degelijk, aan de andere kant krijgen de eigen kinderen van pleegouders ook te maken met verlieservaringen. Zo gaat bij de komst van een pleegkind de vertrouwde gezinssituatie compleet op z'n kop. En als men net aan elkaar gehecht is geraakt, volgt soms alweer het afscheid.

Bij de familie Van Dijk ging de boel ook op z'n kop. Thirza had verwacht dat pleegkinderen vooral stil en verdrietig zouden zijn, maar Tom is allesbehalve stil. "Hij praat overal doorheen en hij vraagt veel aandacht", vertelt ze. "En hij wil altijd met ons spelen", verzucht haar zusje. Als ze ongestoord alleen willen zijn, trekken ze zich terug in hun slaapkamers. Muziek aan en deur dicht, dan weet Tom dat hij niet welkom is. Maar vanmiddag is hij op bezoek bij zijn vader en hebben ze het rijk alleen. "Lekker rustig", vindt Thirza.

Met haar veel jongere pleegbroertje Quin klikt het juist wel. Een foto van zijn vrolijke koppie staat ingelijst op Thirza's slaapkamer, alsof ze hem zelfs daar niet uit het oog wil verliezen. "Hij voelt echt als een broertje. Alleen aan zijn huidskleur kun je zien dat hij eigenlijk andere ouders heeft."

De kans is klein, maar Thirza zou het vreselijk vinden als hij weer zou vertrekken. Hem bieden ze langdurige pleegzorg. Ook voor Tom wordt een plek gezocht waar hij voor langere tijd kan blijven, want dat dat bij hun niet kan, is nu wel duidelijk. "Volgende week komen zijn voogd en de pleegzorgbegeleider weer met mijn ouders praten", vertelt Thirza.

In het begin werd Van Dijk wel eens boos om de negatieve reacties van haar dochters, maar ze ziet ook dat zij op hun tenen lopen. Samen proberen ze er het beste van te maken. "We doen dit niet alleen omdat we het zo leuk vinden", houdt ze hen voor. En: "Hij heeft veel ellende meegemaakt."

Die 'bagage' die pleegkinderen meebrengen, kan voor de eigen kinderen van pleegouders inderdaad lastig zijn, weet Grietens. Pleegkinderen met een moeilijke voorgeschiedenis hebben vaak emotionele en gedragsproblemen. "Om daarmee om te gaan, hebben de eigen kinderen in het gezin net zo goed behoefte aan begeleiding. Daar mag vanuit de pleegzorginstellingen best meer aandacht voor komen."

Uit onderzoek blijkt ook dat het leeftijdsverschil tussen het eigen kind en het pleegkind voor een succesvolle plaatsing niet te klein mag zijn. Grietens: "Minder dan twee jaar is riskant, dan kunnen de kinderen elkaars rivalen worden." Maar in de praktijk gaat het nogal eens anders. Zeker in crisissituaties is leeftijd slechts een van de factoren waar men op let. "Dan neemt de pleegzorginstelling het risico maar", beseft Grietens.

Moeder Yvonne ziet de concurrentiestrijd in haar eigen gezin, pleegzoon Tom scheelt slechts een jaar met dochter Suze. "Mijn meiden waren op een gegeven moment zelfs bang dat wij meer van hem zouden gaan houden dan van hen." En toen Tom zijn pleegouders uit zichzelf 'papa' en 'mama' ging noemen, viel dat bij Thirza en Suze ook verkeerd. 'Papa Hans' en 'mama Yvonne' werd het compromis.

"Zij wilden waarschijnlijk hun territorium verdedigen", legt Tim de Jong uit. Hij werkte als trainer van aspirant-pleegouders en schreef onlangs het boek 'In huis en hart', waarvoor hij verschillende pleeggezinnen interviewde. "Ik heb ook wel-eens gehoord dat een kind zei: 'Dat is mijn schoot', doelend op de schoot van zijn moeder. Hij zat er zelf op dat moment niet, maar het was dus zijn 'gereserveerde schoot'." Exclusieve aandacht voor de eigen kinderen is volgens De Jong heel belangrijk. "Doe elke week iets vertrouwds met hen."

Van Dijk brengt de pleegkinderen bewust een uur eerder naar bed dan haar eigen dochters, zo kunnen zij 's avonds nog even op verhaal komen. Verder is de donderdagavond gereserveerd voor Thirza. "Dan kruipen we samen op de bank en kijken we 'Help, mijn man is klusser'." Suze gaat met haar moeder graag een ijsje eten in de stad.

Afgelopen zomer ging Tom ook mee met vakantie, daar heeft de familie wel spijt van. "Het was heel heftig met hem erbij. Hij had toch beter een weekje ergens anders kunnen logeren." Van Dijk heeft zich daarom voorgenomen meer naar haar dochters te luisteren en voorlopig in de zomervakantie geen crisisopvang meer te doen. "Het is juist de tijd om mijn eigen kinderen eens te verwennen, de vakantie moet leuk zijn voor hen."

De Jong weet dat beginnende pleegouders het lastig vinden dergelijke grenzen te stellen, zij vragen zich af of je dat wel kunt maken. "Maar het is niet de bedoeling dat de eigen kinderen er te veel schade van ondervinden. Je eigen kind is geen pleegkind en dat moet ook zo blijven."

Als er voor Tom een betere plek is gevonden, zou Thirza nog wel een baby als pleegbroertje of -zusje willen. "Ik vind kleine kinderen leuk en ik houd van oppassen." Ook later wil ze zelf best pleegkinderen. Haar moeder is stomverbaasd als ze dat hoort, zij dacht dat Thirza het helemaal had gehad met pleegzorg. "Oké... maar dan heb je dus ook kans op irritante kinderen, hé?" "Ja, maar dan kijk ik gewoon of het klikt." Van Dijk is niet meteen gecharmeerd van Thirza's oplossing. "Lieve schat, je kunt niet na één dag zeggen: 'Sorry, het klikt niet, ga maar naar een ander.'"

Pleegzorg is onder eigen kinderen van pleegouders een geliefd onderwerp voor een spreekbeurt, ze kunnen er uren over praten. "Maar de ellende die zij thuis voorbij zien komen, blijft voor hun klasgenoten toch ver van hun bed", vertelt Kathelijne van Hengel (43). Zij begeleidt in Groningen een EKIP-groep, voor de Eigen Kinderen In Pleeggezinnen. "Hier kunnen zij hun ei kwijt, de herkenning die ze bij elkaar vinden is een feestje." De maandelijkse bijeenkomsten voor tieners worden georganiseerd door Pleegwijze(r), de belangenvereniging voor pleeggezinnen in Noord Nederland. Pleegoudersupport Zeeland organiseert vergelijkbare bijeenkomsten.

Een chocoladefontein en spelletjes staan garant voor gezelligheid. "Intussen komen de verhalen vanzelf." Bij de een werd midden in de nacht een baby gebracht. Bij de ander stond de moeder van zijn pleegzusje plotseling op de stoep.

Puber met pleegzus of -broer is 'zeer sociaal'
Van Hengel ziet ook de positieve uitwerking van pleegzorg en noemt 'EKIP-ers' de meest sociale pubers die men zich maar kan wensen. "Bij hen is dat 'ik' niet zo aanwezig. Zij denken vaak een stap verder, aan de ander."
mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />