Laura van Baars −
04/10/11, 07:38
Geen promovendus in Europa komt beter rond dan de Nederlandse promovendus. Dat blijkt uit een onderzoek onder bijna 9000 promovendi in twaalf Europese landen, uitgevoerd door de Europese raad voor promovendi en junioronderzoekers Eurodoc en het Centrum voor hoger onderwijs in Kassel.
Meer dan 80 procent van de promovendi in Nederland heeft genoeg inkomen om in de kosten voor het levensonderhoud te voorzien. Ook in Belgiƫ, Noorwegen en Zweden hebben promovendi het goed. Portugese, Spaanse en Kroatische promovendi hebben de meeste moeite om rond te komen.
Er zijn naar schatting 680.000 promovendi in Europa. In Nederland schrijven volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek 3736 mensen een proefschrift.
"De aantrekkelijkheid van Nederland voor promovendi zit hem erin dat wij hier een arbeidscontract krijgen", zegt Linda Klumpers, voorzitter van het Promovendi Netwerk Nederland (PNN). Samen met Bosniƫ en Denemarken is Nederland het enige land waar promovendi een werknemersstatus hebben.
"Wij krijgen een redelijk loon dat in vier jaar oploopt van ruim 2000 euro tot ruim 2600 euro bruto per maand. Bovendien zijn het pensioen, de arbeidsongeschiktheidsverzekering en het verlof allemaal geregeld. Dat trekt veel wetenschappelijk talent naar Nederland", legt Klumpers uit.
Het PNN en verschillende ambtenarenvakbonden maken zich zorgen of dit in de toekomst zo blijft. Staatssecretaris Halbe Zijlstra (onderwijs, cultuur, wetenschap) wil, op aandringen van de universiteitenkoepel VSNU, universiteiten meer ruimte bieden om naast werknemerpromovendi ook studentpromovendi aan te trekken. Hij moet daartoe de wet veranderen.
Deze studentonderzoeker is niet in dienst van de universiteit, maar betaalt leergeld en krijgt een studiebeurs om in zijn levensonderhoud te voorzien. Klumpers: "Dit betekent een aanzienlijke verslechtering van de arbeidsomstandigheden van promovendi in Nederland. We zullen wetenschappelijk talent gaan verliezen."