(Novum) - Meer zwangere vrouwen laten testen hoe groot de kans is dat hun kind een aangeboren afwijking heeft. Dat schrijft de Volkskrant woensdag op basis van cijfers van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Dit jaar voerde het RIVM 25 á 30 duizend testen uit, tegenover enkele duizenden drie jaar geleden.
Zwangere vrouwen kunnen met een bloedtest of met een nekplooimeting op een echo laten uitrekenen hoe groot de kans is dat hun kind geboren wordt met het syndroom van Down of met een open ruggetje. Als uit deze test blijkt dat de kans verhoogd is, dan kan de vrouw kiezen voor een vruchtwaterpunctie. Daarmee kan definitief worden vastgesteld of het kind met een afwijking wordt geboren.
Een reden dat het RIVM nu meer testen verricht, is dat oudere vrouwen die vroeger direct een punctie kregen, nu kiezen voor een kansbepalende test. Bij een punctie bestaat het risico op een miskraam. Verder zijn verloskundigen en gynaecologen inmiddels verplicht zwangere vrouwen te wijzen op de mogelijkheid van een test.
Staatssecretaris van Volksgezondheid Clémence Ross (CDA) wil niet dat alle zwangere vrouwen standaard worden getest. Niet alle vrouwen willen van tevoren weten of hun kind bijvoorbeeld aan het syndroom van Down lijdt.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.