*

 

2007 was heel warm en heel nat

Jan Visser − 29/12/07, 02:30

Het jaar 2007 was uitzonderlijk warm. Dat lag vooral aan de eerste helft: de zomer bereikte zijn hoogtepunt eigenlijk al in april.

Op zondag 15 april werd het in De Bilt 28,9º. Nooit eerder was het in april zo warm geweest. Eigenlijk veranderde alles wat april aanraakte in goud. In totaal werd het op 7 dagen zomers warm (25,0 graden of hoger) en de gemiddelde temperatuur was bijna 5 graden hoger dan het langjarig gemiddelde. In de oude klimaatmodellen die voor 1988 werden gebruikt heeft zo’n extreme april een statistische terugkeertijd van eens in de 40.000 jaar.

Het was tekenend voor de eerste helft van 2007, een jaar dat lange tijd het warmste jaar ooit leek te gaan worden, sinds de metingen in 1900 begonnen. Maar door de koudere tweede helft van het jaar staat het nu samen met 2006 ’slechts’ op de gedeelde eerste plaats. Ook vorig jaar werd het gemiddeld 11,2º, terwijl 9,8 normaal is. Daarnaast viel er in 2007 erg veel regen: veel plaatsen sluiten de boeken af met een jaarhoeveelheid van meer dan 1000 millimeter.

Het begon al in januari, toen de winter de weg volledig kwijt was. In de periode van 1 tot 20 januari was het in De Bilt warmer dan het normaal in april is. Het maandgemiddelde van 7,1º was bijna een volle graad hoger dan het vorige record, dat al sinds 1921 had standgehouden.

Een dubieus weeralarm vanwege sneeuw was het enige noemenswaardige winterse wapenfeit van de maand februari. Verder was het zacht, net als in maart. Den Helder registreerde toen met 214 uren zon de meeste stralende lentemaand sinds 1908.

Na de zomerse april, met 284 uren zon officieel de zonnigste maand van het jaar, was het ook in mei en juni erg warm. In mei eindigde wel de grote voorjaarsdroogte, en zoals wel vaker de laatste jaren, gingen de hemelsluizen meteen wijd open. Na plaatselijk 45 dagen (22 maart-5 mei) vrijwel geen meetbare neerslag, viel er regionaal meer dan 100 mm.

De omslag kwam in juli, dat net als mei als de natste ooit de boeken in ging. Het natte en vaak koele weer had te maken met een zuidwaartse verplaatsing van de straalstroom. Depressies kwamen daardoor niet bij IJsland maar boven de Britse eilanden en het Noordzeegebied in actie. Op 24 en 26 juli was het aan zee zelfs stormachtig.

Daarna leek het weer zich weer een beetje te normaliseren: augustus was iets droger dan normaal, maar verder niet uitzonderlijk. September bracht koelte en regionaal veel regen. Het oktoberweer werd bepaald door sterke hogedrukgebieden. De gemiddelde barometerstand in De Bilt bedroeg 1023,9 hPa: alleen in 1971 en in 1985 was de gemiddelde luchtdruk hoger geweest.

Dankzij het hogedrukweer was het droog en vaak zonnig. Nazomerse temperaturen werden vrijwel nergens gemeten, rond de 20ste vroor het licht.

Waaimaand november verliep rustig. Alleen op de 9de stond er aan de kust een stormachtige wind die in combinatie met springtij een hoge wateropzet langs de kust veroorzaakte. Er werd dijkbewaking ingesteld en uit voorzorg werden diverse stormvloedkeringen gesloten. Ondanks een koude middenfase was het een zachte november.

Halverwege december bracht een ’vijfsterrenhogedrukgebied’ een markante omslag teweeg, waardoor we dit jaar toch nog een echte vorstperiode meemaakten (Eerbeek –10,9º) en zowaar wat schaatspret en het mooiste winterse sfeertje (rijp en poedersneeuw) in jaren.

mailIcon print |