Jarenlang was er weinig beweging aan het abortus- en euthanasiefront: je was voor of tegen. Maar de kemphanen beginnen begrip voor elkaar te krijgen.
Het is even wennen: juist de club die zich inspant voor het recht op euthanasie wijst de achterban op de emotionele en morele problemen die artsen met een euthanasieverzoek kunnen hebben.
Deze week verscheen een bundel interviews met artsen over hun praktijkervaringen met euthanasie. Opdrachtgever: de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde (NVVE), een patiëntenvereniging die zich al jaren beijvert voor het recht op euthanasie. Doel van de bundel is de achterban erop te wijzen dat euthanasie voor artsen nooit een routineklus is in de categorie: u vraagt, wij draaien. „Euthanasie kost je een slapeloze nacht, weet ik als arts uit eigen ervaring”, aldus NVVE-directeur Rob Jonquière afgelopen donderdag in deze krant.
In de ijver om het recht op euthanasie in de wetgeving te verankeren – dat lukte in 2002 – heeft de NVVE nooit veel begrip getoond voor artsen die daar problemen mee hebben. Dat ligt, in de hitte van de strijd, wel voor de hand. Maar nu het doel voor een groot deel is bereikt, maakt de vereniging een ruimhartig gebaar naar de voormalige tegenstander. Al heeft Jonquière, los hiervan, ook een belangrijk medisch-inhoudelijk argument tegen het routinematig verrichten van euthanasie: alleen al omwille van zorgvuldige besluitvorming mag euthanasie nooit verworden tot een handeling op de automatische piloot.
De ontwikkelingen aan het euthanasiefront doen sterk denken aan wat zich onlangs afspeelde op een ander medisch-ethisch zwaar beladen terrein: abortus. Op aandringen van staatssecretaris Bussemaker van volksgezondheid zal de Vereniging ter bescherming van het ongeboren kind (VBOK) plaatsnemen in een multidisciplinaire werkgroep van het Nederlands genootschap van abortusartsen (NGA) voor de ontwikkeling van een abortusrichtlijn. Willem Beekhuizen, de voorzitter van de richtlijnencommissie van het NGA, toonde zich onlangs in Trouw wel wantrouwend over de intenties van de VBOK. Deze club die op principiële gronden anti-abortus is, kan vrouwen die ongewenst zwanger zijn per definitie nooit neutraal adviseren, meent Beekhuizen. Daarom mogen wat hem betreft artsen vrouwen die een abortus overwegen niet doorverwijzen naar VBOK-hulpverleners. Anderzijds vindt Beekhuizen het prima dat de VBOK meepraat over het beleid. En hij erkent nu achteraf dat tegenstanders van abortus tientallen jaren nauwelijks de kans hebben gekregen om gehoord te worden.
Ook dit is een verzoenende beweging naar een voormalige tegenstander. Van haar kant is de VBOK eveneens aan het bewegen. In de hulpverlening aan ongewenst zwangere vrouwen stelt deze vereniging, hoewel nog steeds principieel tegen abortus, zich inmiddels praktisch op. „Wij zoeken naar de beste oplossing voor de vrouw. Dat hebben wij gemeenschappelijk met het NGA”, aldus Geert-Jan Noorman van de VBOK.
En zo zijn de voormalige tegenstanders geleidelijk de strijdbijl aan het begraven. Al zullen groeperingen op de uiterste flanken van zich blijven laten horen. Zoals de felle anti-abortusclub Schreeuw om Leven. Of de Stichting Vrijwillig Leven (SVL), waarvan voorzitter Gerard Schellekens deze week werd gearresteerd, omdat hij in strijd met de wet een vrouw hulp zou hebben verleend bij zelfdoding.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.