Mijn zoon van dertien stond die maandagochtend met andere brugklassers op het schoolplein, klaar om het werk neer te leggen.
Zijn broer van zeventien uit de eindexamenklas had een andere strategie gekozen en was gewoon zijn bed niet uitgekomen. Of hij ook zo’n msn-bericht had gekregen, vroeg ik hem. Ja, zei hij. Daarin werd scholieren opgeroepen zich morgen voor het stadhuis te verzamelen. Onduidelijk was of de uitkomst van het Kamerdebat er iets toe deed. Ik nodigde hem uit mee te gaan naar een symposium over de deelname van jongeren aan netwerken op het internet en de mogelijke gevaren voor hun privacy. Zelf was hij niet alleen aangesloten bij het chatprogramma van msn (met 130 vrienden), maar ook bij de profielensite Hyves (met 80 vrienden), net als zijn jongere broer overigens.
Het was de dag na de scholierenrellen en in de trein bekeken we de voorpagina’s van de gratis kranten met koppen als ’Acties worden grimmiger’ (Metro), ’Lekker rellen onder lestijd’ (Dag) en ’Niks boze scholieren, gewoon schorem’ (De Pers). Ik zag hoe hij de foto’s bestudeerde. „Het zijn vmbo’ers”, luidde zijn commentaar.
Op het symposium werd een onderzoek gepresenteerd waaruit bleek dat twee derde van de Nederlandse jeugd tussen de 12 en 18 jaar inmiddels een profiel heeft op internet – dat was in 2005 nog maar een kwart. En passant vernamen we nog dat ouders volgens de wet in kennis gesteld moeten worden van de opslag van persoonsgegevens van hun minderjarige kinderen door sites als Hyves en Sugababes, maar die regel wordt bij miljoenen ’illegale’ kinderprofielen met voeten getreden. Letten we als ouders zo slecht op, of zijn we gewoon te afwezig? Terwijl je toch een bassin van pedofielen en kwaadwilligen kan zien opdoemen, die happend en snappend langs al die kinderprofielen zwemmen, en ik zag dat van mijn jongste zoon, met die dromerige, ernstige zelfportretten en die waslijst aan favoriete merken waaronder dat van Hunkemöller, maar dat heb ik hem nooit zien dragen.
De puberbehoefte aan deelname aan online netwerken komt voort uit de intense behoefte aan zelfpresentatie en zelfonthulling, legde een hoogleraar uit en jonge tieners gaan daarin verder dan oudere. En we hoorden van meisjes die online voor een ’nerd’ in de klas rare dingen doen met een banaan of in hun ondergoed voor hun webcam gaan zitten. „Mongolen”, zei mijn oudste zoon, maar ik dacht aan hoe stuurloos een kind kan zijn in die onoverzienbare cyberspace.
En ik dacht aan zijn broer, die op dat schoolplein stond en met al die andere brugklassers ijlings naar binnen vluchtte toen de leraar Latijn schuimbekkend het plein op was gerend. Einde staking.
Binnen echter wachtte hen een ’werktijduur’. Zonder toezicht, want de leraar was ziek.
Dan zijn ze even net zo stuurloos als op het net. En ik, ik was weer net zo afwezig.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.