Kinderen met een beperking kunnen met extra hulp ook naar een gewone school. Voor ouders is het een moeilijke keuze.
Joël (11) zit in groep 6 van een gewone basisschool in Wieringerwerf. Maar anders dan zijn klasgenoten heeft hij een eigen laptop en zijn eigen lesstof. Joël heeft een aangeboren hartafwijking en een laag IQ.
In de kleuterklas kreeg hij het advies naar een speciale school te gaan, maar zijn ouders waren er van overtuigd dat hij het op zijn eigen school wel zou redden. Ondanks zijn beperking gaat hij heel goed mee in de klas, zegt zijn moeder Frida Struik. Joël wordt extra begeleid. „De andere kinderen zijn vanaf de kleuterklas met hem mee gegroeid en accepteren hem volledig. Als deze mogelijkheid er destijds ook voor onze dochter was geweest, hadden we het zeker geprobeerd.”
Joëls zus Cheryl (15) ging tien jaar geleden naar het speciaal onderwijs. Ze heeft een licht verstandelijke beperking. „Die school was heel goed”, zegt haar moeder. „Ze overwon haar faalangst. Maar omdat Cheryl zo ver moest reizen, had ze geen vriendinnen in de buurt en raakte ze in een sociaal isolement.” Nu krijgt Cheryl les op een praktijkschool. Als het lukt, stroomt ze later door naar een particuliere kappersschool.
Ouders van kinderen met een verstandelijke beperking, gedragsproblemen of psychische problemen, worstelen vaak met de schoolkeuze. Wordt het een speciale school, vaak in een andere stad? Of met extra begeleiding en middelen (het zogeheten rugzakje) naar een reguliere school om de hoek? Vandaag praten ze over deze en andere dilemma’s tijdens het congres ’Welkom in de klas?!’. „Natuurlijk wil je dat je kind op een gewone school, zo dicht mogelijk bij huis zit”, zegt Arga Paternotte van oudervereniging Balans, voor ouders met kinderen met leer-, ontwikkelings- en gedragsstoornissen. „Maar op veel scholen zijn de kennis en voorzieningen voor deze kinderen volstrekt ontoereikend. Er is te weinig kennis over de impact van onzichtbare stoornissen.”
Dat betekent niet dat het kind automatisch beter af is in het speciaal onderwijs, zegt Paternotte: „Zo’n kind draagt altijd een stempel als het op een speciale school heeft gezeten. Bovendien is het busjesvervoer naar die scholen vaak rampzalig. Maar aan de andere kant geeft het vaak veel rust als het kind daar zichzelf kan zijn en de begeleiding goed is. Dat dilemma blijft.”
Nu kunnen ouders nog kiezen maar vanaf 2011 worden schoolbesturen verantwoordelijk voor ’passend onderwijs’ voor ieder kind. Dat kan op een reguliere school zijn, maar ook in het speciaal onderwijs want dat verdwijnt niet. Maar wie bepaalt wat passend is? Raken ouders hun keuzevrijheid kwijt als het bestuur straks een plek moet regelen?
„Dat risico is buitengewoon groot”, zegt oud-Kamerlid José Smits, zelf moeder van een kind met een beperking. „Als het schoolbestuur uitmaakt wat passend onderwijs is, heb je als ouder niks te kiezen. De zorgplicht van scholen is meer een oplossing voor kinderen die thuis zitten.”
Toch is die keuzevrijheid nu ook al beperkt, weet Mirjam Kleijweg, moeder van Menno (9) die het syndroom van Down heeft. Maar liefst acht reguliere basisscholen wilden hem niet toelaten. „Ze zeiden dat ze het niet aankonden of stelden allerlei voorwaarden, bijvoorbeeld dat het kind zindelijk moest zijn.”
Maar Kleijweg gaf niet op. Menno zit nu met een rugzakje in groep 5 van een reguliere basisschool. „Hij hoort er helemaal bij”, zegt zijn moeder. „Als er een verjaardagsfeestje is, vragen de kinderen wat ze kunnen doen zodat Menno ook meekan. Dat is heel mooi om te zien.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.