*

 

Dunne huid, zwakke maag

Wim Boevink − 17/11/07, 02:27

Er zijn van die zaken, daar moet je niet te dicht bij willen komen. Zo moet je mensen niet te dicht op hun huid zitten, want daar worden die mensen heel naar van. En toch is dit precies wat ze op een tentoonstelling in het Leidse Museum Boerhaave doen – dicht op je huid gaan zitten. En inderdaad, je wordt er naar van.

Dicht op mijn huid, heet de tentoonstelling, ondertitel: tussen pukkel en perfectie. Het zijn maar drie zalen, maar op de een of andere manier liggen je zenuwen snel bloot. Dat begint al bij de ingang, bij een serie fotoportretten van mensen met een huidziekte: mooie foto’s begeleid door een ingehouden tekst. Daar hangt bijvoorbeeld Carin, met haar vlekkerig gezicht en ze zegt: ’Af en toe denk ik woedend: ik pak de kaasschaaf’. Mooi namen hebben ze, die huidaandoeningen.

Acne rosacea.

Lupus erythematodes.

Maar je ziet hoe kwetsbaar de dragers ervan zijn. Zo’n door de huid getekend gezicht dat is, lees ik, ’sociaal onhandig. Een boerka vind ik daarom zo gek nog niet’. Je hebt de neiging weg te kijken van zulke gezichten, uit een vorm van discretie ook, maar tegelijk word je blik ernaar toe gezogen.

Dat van die boerka is een verzuchting van Tanny Dobbelaar, die, zelf door huidproblemen geplaagd, onder de titel ’Heftig vel’ een fotoboek samenstelde van mensen met huidaandoeningen. Ze citeert instemmen een passage uit het essay ’At War with My Skin’ van de Amerikaanse schrijver en psoriasispatiënt John Updike: ’Ik kan geen reflecterend oppervlak passeren zonder erin te kijken, in de hoop dat ik een beetje veranderd ben. Je haat die abnormale, steeds maar uitbarstende huid, maar die haat leidt tot een broeierige, bezorgde aandacht voor het vel’.

Zo is de huid van de bezoeker al een beetje dunner als hij bij de eerste vitrine met preparaten beland, met daarin een stukje huid waarvan de vetlaag loslaat, een teennagel, een stukje huid van een voorhoofd met opgespoten bloedvat. Dit is de afdeling huidontleding en er staat een groot model met een dwarsdoorsnede, met die verbluffende stapeling van lagen en klieren, met borstels van Ruffini en subpapillaire vaatbedden. Maar al snel volgt de afdeling ziekten, met wasmodellen van syfilis, een abnormale verhoorning van de voet en – even doorbijten – een carcinoma penis uit 1958.

Deze bezoeker wankelde aangeslagen langs de afdeling schoonheid van de huid, met zeepjes en plastische chirurgie, maar het zou er niet beter op worden, want helemaal achterin, aan het eind van de zaal, liep nog een filmpje over het verkrijgen van donorhuid.

Hier keerde de kaasschaaf van Carin terug. Een groot,dood lichaam werd gewassen en met olie overgoten. Met een zware kaasschaaf, die hier dermatoom heet, werd het vel afgeschraapt. Ik duizelde gevild naar buiten, maar diep doordrongen van het besef, hoe kostbaar hij is, die huid van ons.

mailIcon print |