*

 

Jeugdstrafrecht werkt in nadeel van jonge allochtoon

Van onze verslaggever − 07/11/07, 02:27

Allochtone minderjarige verdachten hebben ruim twee keer zoveel kans voor de rechter te komen als jonge autochtone verdachten. Socioloog Don Weenink zegt dat deze discriminatie onbedoeld is en voortkomt uit de manier waarop het jeugdstrafrecht is georganiseerd.

Weenink bestudeerde ruim vierhonderd strafdossiers uit 2002 en 2003 van twee verschillende afdelingen van het Openbaar Ministerie (OM). Dat deed hij voor het Willem Pompe Instituut van de Universiteit van Utrecht. Hij analyseerde dossiers van jongeren van allerlei komaf, verdacht van vergelijkbare vergrijpen.

Het OM reageert terughoudend „We weten absoluut niet waar die cijfers vandaan komen. We moeten het rapport eerst maar eens goed doornemen. Maar let wel: het gaat om cijfers van vijf jaar geleden. Het is niet zo raar te veronderstellen dat er inmiddels al heel wat is veranderd. In ’jeugdland’ zijn er continu ontwikkelingen”, zegt OM-woordvoerdster Monique Corten.

Allochtone en autochtone jeugdige verdachten gedragen zich, volgens Weenink, ongeveer hetzelfde: ze hebben vaak een grote mond, kijken tijdens een gesprek naar de grond of komen afspraken niet na. Hij ontdekte dat dergelijk gedrag allochtone minderjarigen zwaarder wordt aangerekend, omdat officieren van justitie bij hen vaker besluiten de zaak aan de kinderrechter voor te leggen. „Hoe groter de culturele en sociaal-economische verschillen met de verdachte, hoe nadeliger dat is”, zegt Weenink, die aangeeft dat Surinaamse jongeren daardoor beter af zijn dan Marokkaanse. Kinderen van asielzoekers worden het minst begrepen en lopen de grootste kans naar de rechter te worden verwezen.

Jongerenwerker Ibrahim Wijbenga, eerder vrijwilliger bij stichting Moslimgedetineerden, is niet verbaasd. „Het wordt tijd dat justitie in navolging van de politie ook eens een beetje gaat verkleuren. Dat is toch wel een heel ouderwets wit netwerk.”

mailIcon print |