*

 

’Nee’ tegen Uruzgan was vrijwel uitgesloten

Cees van der Laan − 01/12/07, 02:31

Het kabinetsbesluit om twee jaar langer militairen aan het front in Uruzgan te houden, komt niet als een verrassing. Terugtrekken had grote gevolgen gehad voor de situatie in Uruzgan en voor de verhoudingen binnen de Navo.

Minister Van Middelkoop (defensie) vertrok twee weken geleden uiterst content uit Kaboel, waar hij gesprekken voerde met zijn Afghaanse collega Wardak en president Karzai. Ze bezworen hem dat begin volgend jaar meer dan duizend Afghaanse militairen, een brigade, gelegerd zal zijn bij de Nederlanders in Uruzgan.

Of de Afghanen hun belofte waarmaken is een volgende vraag, maar Van Middelkoop kon terug naar het kabinet met de mededeling dat in het kader van de exit-strategie het Afghaanse leger, de ANA, de boel na december 2010 kan overnemen. Tegen die tijd is dat leger voldoende opgeleid en uitgerust om de strijd tegen de taliban en andere strijdgroepen aan te gaan, hoopt Van Middelkoop. Dit scenario was een succes in de Iraakse provincie Al Muthanna waar Nederland militairen en politie opleidde.

Dit was vooral van belang voor de PvdA. Van Middelkoop, premier Balkenende en Verhagen hebben alles in het werk gezet om tegemoet te komen aan de wensen van deze coalitiepartner. De PvdA stemde destijds, als oppositiefractie, pas in met de gevaarlijke missie naar Uruzgan toen er duidelijke concrete toezeggingen waren dat er behalve vechten ook aan wederopbouw gedaan zou worden. De komende jaren wil Nederland de wederopbouw van bestuur, politie en basisvoorzieningen als zorg en onderwijs verder versterken. Er is onder moeilijke omstandigheden al veel bereikt, vindt Koenders.

Ook op ander terrein kan de PvdA tevreden zijn. Er is – vooralsnog – een harde afspraak over de termijn van maximaal twee jaar. Het CDA en CU wilden langer. Daarnaast komt er ruimte voor militaire bijdragen in Afrika, mogelijk naar Tsjaad en Darfur, omdat de troepenmacht in Uruzgan wordt ingekrompen. De PvdA wil een grotere rol van betekenis spelen op het Afrikaanse continent, zeker nu een PvdA’er (Koenders) minister van ontwikkelingssamenwerking is.

Op de achtergrond circuleert een afspraak met Frankrijk. Het land wil militaire bijstand in de Afrikaanse regio, in ruil waarvoor het land tientallen militaire trainers en diverse gevechtsvliegtuigen naar Zuid-Afghanistan stuurt. Steun van een belangrijke militaire macht en Navo-lid was voor het kabinet cruciaal om verder te gaan. Voor de CU en de VVD was van belang dat er voldoende geld voor materieel op tafel kwam buiten de begroting van defensie zelf. Het spul slijt daar hard.

Met trouwe Atlantische bondgenoten CDA en CU zou het nauwelijks voorstelbaar zijn geweest dat het kabinet nee had gezegd. De Navo zou in een crisis zijn gestort. Er toonden zich geen andere Navo-landen bereid de rol van Nederland over te nemen. Militair en politiek zou Isaf in Zuid-Afghanistan ernstig zijn verzwakt.

Amerika oefende grote druk uit om te blijven, net als de ook in Uruzgan aanwezige landen Canada en Australië. Zij hadden verlenging van de Nederlandse bijdrage nodig om zelf ook hun verblijf te blijven legitimeren. Bovendien deden VN, Navo en de Afghaanse regering een beroep op het kabinet: het arme Afghanistan heeft voorlopig nog steun nodig. „We kunnen Afghanistan en de bevolking niet in de steek laten”, zo motiveerde premier Balkenende het besluit.

mailIcon print |