*

 

Veel steviger weerwerk nodig tegen ongeremd activisme van Wilders

Door: redactie − 08/09/07, 02:27

Het WRR-rapport over islamitisch activisme werd in het voorjaar van 2006 al afgeschoten door verschillende politici voordat het was geland en gelezen. Deze week stond het eindelijk op de agenda van de Tweede Kamer, maar kwam het opnieuw niet tot een serieuze bespreking. Het debat stond vrijwel geheel in het teken van het activisme van Geert Wilders, de fractievoorzitter van de Partij voor de vrijheid, die meent dat ’ons 1400 jaar geleden de oorlog is verklaard door een barbaar, die zich de profeet Mohammed noemde’.

Volgens Wilders maakt Europa thans de derde poging tot islamisering mee en wacht het einde van de Westerse en Nederlandse beschaving als we niet wakker worden. Gematigde moslims bestaan in zijn ogen niet, dus is het onnodig het advies van de WRR op te volgen en op de positieve kanten van de islam in te haken. Liever een verbod op de Koran en de boerka, verwijdering van halalvlees uit de schappen van Albert Heijn en een stop op de bouw van moskeeën. Wilders leverde met zijn fulmineren op pijnlijke wijze het bewijs voor de waarneming van de WRR dat het debat over de islam in Nederland een karikatuur is.

Voor een deel is dat te wijten aan de andere partijen in de Kamer, die tot nu toe onmachtig zijn zich in debatten over dit onderwerp uit de gijzeling van Wilders los te maken. Dat is niet eenvoudig, want dit kamerlid stoort zich in het parlement aan God noch gebod en maakt ministers of mede-kamerleden met droge ogen uit voor knettergek, landverraders of lafaards. Toch is het noodzakelijk dat partijen een steviger en principieel tegengeluid laten horen en daarmee krachtiger moreel leiderschap tonen, zodat de één miljoen moslims in Nederland zich ten minste vertegenwoordigd en veilig weten. Andere politici hoeven niet steeds in verontwaardiging over Wilders heen te vallen, maar zijn agitatie stilzwijgend laten passeren helpt niets.

Op een pleidooi de Koran te verbieden past het afgemeten antwoord dat we dat niet doen, omdat het in strijd met de vrijheid van godsdienst is, inclusief de vrijheid om niet te geloven. Premier Balkenende gaf in het Kamerdebat het goede voorbeeld door krachtig afstand van Wilders te nemen en te waarschuwen voor het polariserende effect van diens optreden. Maar de eerlijkheid gebiedt ook te zeggen dat dit rijkelijk laat was. Wilders eis dateert alweer van een paar weken geleden. In al die weken bleef het opvallend stil: bijna alsof we het in dit land normaal vinden dat de Koran op één lijn wordt gesteld met Hitlers ’Mein Kampf’.

mailIcon print |