*

 

Een testament dat tot nadenken stemt over celibaat en priesterambt

Door: redactie − 04/09/07, 00:39

Vier in het priesterambt vergrijsde paters dominicanen hebben vorige week hun testament kenbaar gemaakt. Vijftig, zestig jaar geleden werden zij tot priester gewijd, voor ’eeuwig’. Spijtoptanten zijn ze geen van vieren. Met kracht van boven en de broze krachten van hun lijf doen ze nog steeds waartoe ze zich toen ’geroepen’ wisten. Maar zij weten ook: zo gaat het niet langer. De oude paters zien dat de huidige vorm van priesterschap en zijn core business – eucharistie vieren – nu (tijdelijk?) niet meer werken.

Dat geeft niet, zo troosten zij de 1300 Nederlandse parochies met hun vorige week verschenen boekje ’Kerk & ambt’; de katholieke traditie heeft plenty vormen gekend van voorganger-zijn, waaronder die van een gekozene of tijdelijke. De dominicanen maken met zoveel woorden duidelijk dat binnen die traditie de dominee eigenlijk geen slechtere papieren heeft dan de priester zoals wij die nu kennen.

Helaas kan hun voorstel om in goed gezelschap grenzen te verleggen niet op een ongelukkiger moment komen. Juist de laatste jaren maakt een offensief vanaf de top van de rooms-katholieke hiërarchie zich met een overmacht aan spiritueel vuistenwerk sterk voor precies het omgekeerde: de eeuwige priester, de enige die tussen God en de ’leek’ geldige heilsmiddelen kan bedienen, de ongehuwde man, de ’alter Christus’ – alle anderen zijn knollen voor citroenen.

Zo zien we de reacties langs voorspelbare lijnen: wat de dominicanen voorstellen is in strijd met het rk geloof; het is een achterhoedegevecht; voortaan wil tante Mien zeker priestertje spelen. Of ook: eindelijk leggen zij de vinger bij de zere plek en doorbreken ze een hypocriete situatie.

Misschien hebben Nederlandse bisschoppen een punt als ze vinden dat die paters die recente encyclieken over ambt en eucharistie hadden moeten lezen. Maar misschien ook niet. De paters maakten hun ’testament’ op nu zij in hun nadagen alom noodlijdende parochies aantreffen, dolende, hongerig naar een geestelijk woord – maar met een grondige tegenzin tegen mannetjes die denken dat ze de waarheid in pacht hebben. En volstrekt niet geïnteresseerd in wat wel of niet geldige hosties zijn.

Het leuke van een testament, met kleine letter, is dat de legataris lacht in zijn graf (nou ja, bijna dan). In piëteit voor de ouderdom zullen de jonge erfgenamen (bisschoppen incluis) de pastorale wijsheid onderzoeken, voordat zij de boodschap als ’achterhoedegevecht’, ’niet-katholiek’ of ’huiswerk overmaken’ afdoen en het testament al te voorspelbaar verwerpen.

mailIcon print |