De militaire superioriteit van de Nederlandse troepenmacht in Uruzgan heeft door het sneuvelen van soldaat Hoogland een gevoelige knauw gekregen.
Een jaar lang kon de militaire en politieke leiding volhouden dat de Nederlands-Australische Task Force Uruzgan strijdgroepen van taliban en Al-Kaida in elk geval militair verre de baas was. Dat beeld begon al wat af te brokkelen toen anti-westerse strijdgroepen er in juni op een haar na in slaagden om de plaats Chora te veroveren. Nederlandse militairen moesten het gevecht aangaan met een overmacht van zo’n 1500 strijders. Alleen door zwaar geschut (artillerie, luchtsteun) in te zetten, lukte het om de strijdgroepen te verjagen. Volgens ingewijden was het geluk met de Nederlanders en had de strijd net zo makkelijk in een dramatische nederlaag kunnen eindigen.
De dood van soldaat eerste klasse Tim Hoogland in de buurt van het al langer onrustige Deh Rawod lijkt een nieuwe fase in te luiden: die van de directe confrontatie. Tot nu toe gingen strijdgroepen die uit de weg, volgens een gangbare theorie omdat de Nederlandse troepen met hun moderne en zware wapens militair superieur zouden zijn. Liever gebruikten strijdgroepen zelfmoordaanslagen en langs de weg verstopte explosieven om de Nederlandse troepen schrik aan te jagen.
Het vuurgevecht van afgelopen donderdag was van een andere aard. Nederlandse troepen werden vijf kilometer ten noordwesten van Deh Rawod langdurig beschoten met vuurwapens en mortiergranaten. Daarbij kwam soldaat Hoogland om het leven. Meerdere raketten troffen een Bushmaster-pantserwagen, die zo zwaar beschadigd raakte dat Nederlandse militairen besloten om de wagen zelf op te blazen.
Anti-westerse strijdgroepen voelen zich blijkbaar sterk genoeg om de aanval te openen. Het zal geen toeval zijn dat dit gebeurt in de aanloop naar een besluit van Nederland om de missie in Uruzgan te verlengen. Commandant der strijdkrachten Berlijn, erkend voorstander van verlenging, sprak donderdagavond bezwerend dat „we ook oog moeten blijven houden voor de vooruitgang die wel degelijk wordt geboekt, hoe moeilijk zichtbaar die soms ook is”.
Het in handen houden van Deh Rawod (waar het tweede Nederlandse kamp is gevestigd) kost echter hoe dan ook veel menskracht die niet aan opbouw kan worden besteed. Tegenstanders van de missie zien hun gelijk bevestigd dat ’vechten’ steeds meer de overhand krijgt en dat er van ’opbouwen’ weinig terecht komt. En ook bij het vechten is winnen niet langer vanzelfsprekend.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.