Maandagmorgen. Men is tussen leeggerukte schappen nog doende de sporen uit te wissen. De Drie Dwaze Dagen zijn achter de rug. . Een zesde van de jaaromzet haalt de Bijenkorf in deze drie dagen binnen, schreef een kwaliteitskrant in een soort advertorial, dus moeten de kassa’s op de maandagochtend nog staan na te roken.
Dat viel mee. Het was rustig in het filiaal, uit onzichtbare speakers kweelde de gebruikelijke muzak en klanten waren schaars. Uit een staander bij de ingang viste ik het laatste exemplaar van het aanbiedingenboekje om te zien wat ik allemaal had gemist, want ik had verzuimd me in het gewoel te storten. Nu was dat verzuim wel een bewuste keuze geweest, want je wilt jezelf niet blootstellen aan de vernederingen waaraan een grootwinkelbedrijf je drie dagen lang onderwerpt, maar het blijft knagen dat honderdduizenden anderen dat nou juist wél willen.
En misschien was het goed dat ik die boekjes vooraf niet heb ingezien, want jongens, een wasmachine uitgevoerd in hoogglans zwart of een roestvrijstalen wijnklimaatkast met apart instelbare temperatuurzones, daar kreeg ik wel even een droge mond van. Edele producten, heel even betaalbaar voor de gewone man – is dat niet de illusie waar het om draait tijdens die drie dagen? De wasautomaat ging van 1199 euro weg voor 1099 euro en de wijnkast die kostte – hou je vast – nog maar 1599 euro, je vraagt je af wie er allemaal op toe legt.
Het koopjesbeest in de mens wordt wakker, analyseerde het aanbiedingenboekje opgewekt en riep ons op om er snel bij te zijn, want OP=OP! Een klassieke formule, die vanwege de zelfgemaakte schaarste meteen de hebberigheid in ons prikkelt en waarover het boekje mild oordelend vaststelt: ’dus zo vreemd is het niet als u iets dierlijks over u krijgt’. Op nog niet verwijderde affiches zien we visarenden strijden om rode pumps, leeuwinnen om een handtas en wolven om een herenonderbroek. De winkel schildert ons als roofdieren af die vechten om een prooi.
Die maandagochtend zie ik er een paar terug, een paar leeuwinnen, een enkele wolf, met een gekreukeld geel plastic tasje in de hand. Zo’n twintig procent van de roedel blijkt – nadat het stof is opgetrokken – het foute artikel te hebben veroverd en komt het deemoedig en roofdieronwaardig ruilen.
Intussen zijn Bijenkorfmedewerkers in de weer met kratten, pallets, dozen, karren en steekwagens om al die gele resten te verwijderen – geel karton, gele spaanplaat, gele displaydozen. Wat er nog aan artikelen op de graai- en grabbeltafels ligt wordt met geel doek aan het zicht onttrokken om via de achteruitgang van het gebouw in vrachtwagens te verdwijnen. Een heel rek met badjassen, stapels boeken, een tafel vol sokken. Ik kwijlde even en hapte, en kreeg van een verkoopster meteen een tik op mijn snuit. Een schurftige hyena, zag ik haar denken.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.