*

 

Profs zien je missen voor je gegooid hebt

Van onze redactie wetenschap − 11/08/08, 00:00

Professionele basketballers zien of een vrije worp van een collega raak of mis zal zijn nog voor de bal zijn handen heeft verlaten.

Uitmuntende basketballers kunnen aan de handen en de lichaamshouding van een spelgenoot aflezen of diens vrije worp doel gaat treffen. Ze hoeven de bal niet eens te volgen. Doorgewinterde basketbalverslaggevers en coaches proberen de worp ook al in het beginstadium te lezen, maar zitten er vaker naast.

Vooral als de bal de basket gaat missen, anticiperen de hersenen van de profs daar erg snel op. Dat melden neurologen in het vakblad Nature neuroscience. Zij lieten topbasketballers, amateurs, coaches en zeer ervaren verslaggevers de afloop van vrije worpen raden. De opnamen daarvan konden ze in tien steeds langere tijdsfragmenten laten zien.

De deelnemers moesten ’raak’, ’mis’ of’ ’ik weet ’t niet’ intoetsen. Amateurs durfden pas echt te oordelen als de bal een eind onderweg was. Profs en experts waagden al een gok na de eerste fragmenten, als de bal nog aan de vingers kleefde. De profs hadden er duidelijk de beste kijk op, hoewel de coaches en journalisten minstens evenveel basketbalwedstrijden zagen.

Blijkbaar zit de finesse niet alleen in het kijken, maar ook in het doen. De neurologen verwijzen naar speciale neuronen die in ons brein actief worden als we toekijken bij de handeling van een ander. Deze spiegelneuronen doen de beweging van de ander in ons eigen hoofd na zonder dat we haar echt uitvoeren. Iedereen kent dat: als Van Nistelrooy aanlegt, jassen we als kijker de penalty er zelf ook in.

Een soort droogvoetballen dus. Dat is in het brein van beroepsdansers zichtbaar gemaakt. Als zij ingewikkelde danspassen van een collega alleen maar observeerden, begonnen neuronen die normaal voor zulke bewegingen nodig zijn, bij hen mee te vuren. Ze schijndansten van boven.

Neurologen vermoeden dat dit cerebraal imiteren ons helpt bij het leren van allerhande bewegingen. Daarbij blijken geroutineerde en getalenteerde observators het beste ’af te kijken’. En dat is mogelijk de verklaring voor de vroege en voortreffelijke inschatting van de profbasketballers.

Hun hersenen bewezen het. Al ruim voordat de bal de handen van de schutter verliet, werden neuronen in verscheidene bewegingsgebieden actief. Ook de spiegelneuronen van de amateurs bootsten de worp na, maar die vuurden even hard mee als zij een voetballer een strafschop zagen nemen.

De beroepsspelers imiteerden selectief, de verslaggevers en coaches ook maar die gokten vaker mis. Blijkbaar kun je de beweging pas heel fijntjes lezen als je hem zelf in de vingers hebt. Dat bleek uit de heftige hersenreactie bij de profs als ze vermoedden dat de bal mis zou gaan, terwijl die nog niet eens vertrokken was.

Vooral de bewegingsneuronen die de handen regisseren, werden dan hyperactief. Meer bijvoorbeeld dan die van de pols. Je vingers zijn belangrijk bij het sturen van de worp, en blijkbaar begint het getrainde basketbalbrein zich opvallend te roeren als het een falende hand nabootst en denkt: „Fout!” Die snelle inschatting loont immers, ze verhoogt de alertheid voor de terugspringende bal.

mailIcon print |