*

 

Drukke tijden voor de inspecteur in de kinderopvang

Iris Pronk − 07/02/08, 02:26

’Is dit veiligheidsglas?’ GGD-inspecteur Ronald Filius tikt met zijn vingers tegen een raam van kinderdagverblijf De Muzikantjes in Almere. Eigenaresse Betty Oosterveld heeft geen idee: „We hebben er wel een keer een barst in gehad.” Aha, zegt Filius, dan is dit glas dus niet veilig genoeg: „Ik adviseer je om er folie tegenaan te plakken.”

De Muzikantjes is een van de 150 à 200 kinderopvangbedrijven in Almere. Filius en zijn collega’s van GGD Flevoland hebben het druk met hun inspectiewerk, want veel bedrijven hebben het afgelopen jaar een nieuw filiaal geopend. Vooral de vraag naar naschoolse opvang is explosief gestegen.

Ook Betty Oosterveld en haar man Bert hebben hun bedrijf inmiddels uitgebreid met twee locaties voor naschoolse opvang. Die heeft Filius nog niet bezocht, hij concentreert zich nu op het hoofdgebouw van De Muzikantjes, waar 20 leidsters werken en waar plaats is voor 63 kinderen van 0 tot 4 jaar en 40 van 4 tot 8 jaar.

Veiligheid is een van de punten waarop de GGD-inspecteur moet letten. Zijn de ramen goed beveiligd, kunnen kinderen struikelen over oneffenheden op de grond, is de ventilatie in orde? Filius kijkt goed om zich heen in de ruimtes vol babywipstoeltjes, kwetterende peuters en met vrolijke clowntjes behangen muren.

„Is er wel eens een ongeluk gebeurd?” vraagt de inspecteur aan een leidster van de babygroep, die net behendig een poepbroek verschoont. Eén keer, zegt deze: „Toen is er een kindje bijna gestikt in een bloedprop.” Dat liep gelukkig goed af, en verder beperkt het fysieke leed zich volgens haar tot de gebruikelijke schaafwonden, loopneuzen en waterpokken.

„Jij hebt het zo te zien wel naar je zin hier,” zo begroet Filius een oude bekende. Ja nou, knikt deze leidster, die een baby yoghurt voert. Eerder werkte ze op een kinderdagverblijf dat van de GGD-inspectie een dikke onvoldoende kreeg: „Ik moest daar in m’n eentje zeven dreumessen doen.”

Te weinig leidsters op te veel kinderen, die misstand komt Filius het vaakst tegen tijdens zijn inspectiewerk. „Op één crèche trof ik zelfs maar twee leidsters op 19 kinderen. ” Verder is er nog wel eens iets mis met het gebouw: er is bijvoorbeeld nauwelijks buitenruimte, of het is binnen te klein. „Voor twintig kinderen heb je 70 vierkante meter nodig.”

Ook stoort Filius zich vaak aan de ’bombastische taal’ waarin crèchehouders hun pedagogische beleid verpakken. „Dan schrijven ze bijvoorbeeld: ’Kinderen moeten zich kunnen ontwikkelen in een sociaal-emotioneel stabiele omgeving’. Maar wat betekent dat in de praktijk?”

Sommige crèche-eigenaren zien hem niet graag komen, zegt Filius, terwijl hij op het kantoor van De Muzikantjes steekproefsgewijs diploma’s van het personeel controleert. Maar dat geldt niet voor Bert Oosterveld: „Wij maken ons nooit zo druk om controles, we doen ons best om het er perfect uit te laten zien.”

Dat is aardig gelukt, zo blijkt uit de waarderende woorden waarmee de inspecteur afscheid neemt. „Ik wou dat het er overal zo uitzag als hier. Ik kom volgend jaar graag weer koffie drinken.”

mailIcon print |