*

 

De Kamerbode weet van niets

Bart Zuidervaart − 01/03/08, 00:00

Justitie eist 240 uur werkstraf en vier maanden voorwaardelijk tegen een voormalige bode van de Tweede Kamer. Hij zou vreemdelingen hebben opgelicht. De man ontkent.

Het Paleis van Justitie in Den Haag, vrijdagochtend 11.00 uur. K. R. (43) staat terecht op verdenking van oplichtingspraktijken. Hij zou vreemdelingen hebben beloofd dat hij tegen betaling snel aan verblijfsvergunningen kon komen omdat hij werkte als bode in de Tweede Kamer. Die vergunningen kwamen niet. De man is medio 2006 ontslagen.

De rechter: „U heeft een Turkse man gezegd dat u hem een verblijfsvergunning kon bezorgen. ’Er viel wel iets te regelen’, vertelde u.”

De verdachte: „Onzin. Ik antwoordde hem: ’hoe komt u daarbij? Ik kan dat helemaal niet’.”

Rechter: „Volgens de man profileerde u zich ’als een grote jongen binnen de Tweede Kamer’. Hij heeft verklaard: ’R. deed alsof hij een potje kon breken bij alle ministers. Hij liet foto’s zien op zijn mobiele telefoon van Kamerleden zoals Frans Weisglas en Laetitia Griffith’. U wilde 1750 euro hebben voor uw diensten.”

Verdachte: „Mensen mogen mij altijd aanspreken om de weg te vragen, maar dit zijn allemaal fabeltjes.”

Rechter: „Volgens een ex-collega die in de beveiliging bij de Kamer werkte, kon u een verblijfsvergunning regelen voor zijn aanstaande schoonzoon. U ’beschikte over bepaalde contacten’. Volgens de man betaalde hij u en volgde er toen een radiostilte. Hij wilde het geld terug, maar kreeg niets.”

Verdachte: „Pure onzin.”

Rechter: „Ook hier liggen heel gedetailleerde verklaringen op tafel en weer is uw reactie dat er niets van deugt. Waarom zouden al deze mensen liegen?”

Verdachte: „Dat vraag ik me ook telkens af.”

Rechter: „Uw neef, die ook in de Kamer werkte, zegt dat u voor 1750 euro een verblijfsvergunning kon regelen voor zijn vriendin. Volgens hem heeft u letterlijk gezegd: ’maak je niet druk. Ik heb iemand zitten die weet hoe het in elkaar steekt. Dan komt het dossier bovenop de stapel bij de IND’.”

Verdachte: „Allemaal leugens.”

De officier van justitie: „U maakt een ongeloofwaardige indruk. Begrijpt u dat?”

Rechter: „Een Hongaarse vader en zoon wilden hier een uitzendbureau begonnen en u kon tewerkstellingsvergunningen regelen, zeggen ze. Via de normale route bij het CWI duurt dat drie maanden, maar u kon de boel bespoedigen.”

Verdachte: „Ik had alleen een adviserende rol.”

Rechter: „Klopt het dat u afspraken met ze hebt gemaakt in het Sofitel Den Haag?”

Verdachte: „Onzin.”

Rechter: „Ze hebben verklaard dat u daar het jasje van de Tweede Kamer aanhad met een embleem erop geborduurd. Ze gaven een duidelijke beschrijving daarvan. U kreeg 10.000 euro.”

Verdachte: „Dat geld was bedoeld voor kantoorartikelen en computers. ”

Rechter: „Wat opvalt in deze zaken is dat er meerdere onafhankelijke en gedetailleerde verklaringen liggen, waarin duidelijk een patroon zit. U kunt tegen betaling vergunningen regelen door uw connecties binnen de Tweede Kamer. Drie keer ging het om hetzelfde bedrag.”

Verdachte: „Ik besef dat ik me in het verleden kwetsbaar heb opgesteld. Maar ik heb altijd met eer en trots in het parlement gewerkt.”

Uitspraak over twee weken.

mailIcon print |