Basisscholen spreken vanaf volgende week, ongeacht hun levensbeschouwelijke signatuur, met één stem: de nieuwe PO-raad. Deze moet een einde maken aan de verzuiling in de onderwijssector.
Aan de verzuiling van de belangenbehartiging in het basisonderwijs komt dinsdag een einde met de oprichting van de PO-raad, de nieuwe werkgeversorganisatie voor scholen in het primair onderwijs.
Voorheen hadden scholen met een bepaalde levenbeschouwelijke achtergrond ieder hun eigen club om te overleggen met de bonden en het ministerie van onderwijs. Om de tafel zaten dan vaak zes partijen, zoals de Besturenraad voor de protestants-christelijke scholen en de Bond KBO voor de rooms-katholieken.
„Met de PO-raad is de institutionele verzuiling in het onderwijs echt voorbij”, zegt Leo Lenssen, onder meer lector maatschappelijk ondernemerschap aan de Hogeschool InHolland. Lenssen is voorzitter van de stuurgroep die voor de oprichting van deze nieuwe brancheorganisatie voor het basisonderwijs zorgde. Ruim een jaar geleden gingen verzuilde organisaties voor het voortgezet onderwijs al over tot de oprichting van de VO-raad.
Om misverstanden te voorkomen: de verzuiling verdwijnt niet uit het onderwijs. Er blijven gewoon scholen van verschillende levensbeschouwelijke achtergrond. Ouders hebben in Nederland door de grote verscheidenheid van scholen echt iets te kiezen en dat komt de kwaliteit ten goede, stelt Lenssen. De oude verzuilde organisaties blijven ook voor de eigen achterban actief, bijvoorbeeld in het denken over de eigen identiteit van de scholen.
Maar naar buiten toe, bijvoorbeeld in overleg met de overheid en de bonden over arbeidsvoorwaarden, is voortaan de PO-raad de spreekbuis van alle basisscholen. Lenssen: „Daarmee is de sector eindelijk volwassen geworden, want onderhandelen met zes werkgevers over een cao, dat werkte echt niet meer.”
De PO-raad vertegenwoordigt liefst 1700 schoolbesturen. Daar zijn hele grote besturen bij, waar tientallen basisscholen bij horen, maar ook ruim 500 zogenoemde eenpitters. Dat zijn scholen die niet bij een groter verband horen, maar een klein eigen zelfstandig schoolbestuur hebben. Het zal een hele klus worden om al die grote en kleine partijen te vertegenwoordigen, erkent Lenssen.
Jannie Meijer-Uittenbogaard, voorzitster van het zogeheten Eenpitterplatform, zegt er vertrouwen in te hebben dat de PO-raad ook naar de geluiden van de kleine scholen zal luisteren.
„Maar had u mij deze vraag een half jaar geleden gesteld dan had u een ander antwoord gekregen. De vraag hoe wij gehoord kunnen worden in deze grote organisatie is natuurlijk wel een zorg. Maar na gesprekken met de oprichters, hebben wij wel het gevoel gekregen dat dit goed zit.”
Of dat gevoel zal blijven? In het onderwijs werken veel eigenwijze mensen, erkent Lenssen. „Ze steunen je zolang je de dingen doet die ze goed vinden, maar als ze het er niet mee eens zijn, gaan ze hun eigen gang. Dat is altijd het probleem. We zullen ongetwijfeld nog wel eens een robbertje moeten vechten met individuele leden.”
Toch denkt Lenssen dat de PO-raad deze strijd wel aan zal kunnen. „De onderwijssector is eindelijk volwassen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.