Ik ging naar Zandvoort vanwege het raadselachtige fenomeen van de nieuwjaarsduik. Ik had ook naar Scheveningen kunnen gaan, of naar Katwijk of Vlieland. Maar ook naar het Twentse Hulsbeek, of naar de stadsgracht van Leeuwarden, naar het Ketelmeer of de recreatieplas Berkendonk bij Helmond. Die binnenlandse gelegenheden zijn natuurlijk stille wateren, die diepe gronden hebben, die liggen er ijskoud en gitzwart bij, als de dood zelf. De meeste van die binnenwateren zijn door mensenhand geschapen, door afgraving of kanalisering, en dat maakt die duik nog kouder lijkt het wel. En zinlozer. Het allerkilst lijkt me een nieuwjaarsduik bij Strand Nulde.
Ik onderscheid die binnenwaterduik van de zeeduik want in die zeeduik kunnen we misschien onze achting voor de natuur herkennen, een symbolische groet om ons respect te uiten voor de goden die daarin huizen. Zoals men op een eiland in de Stille Zuidzee met magische liederen de zeeschildpadden naar de kust lokt.
Maar nee. Het Nederlandse kustritueel gaat gepaard met het dragen van rode mutsen, afkomstig van een soep- en worstfabriek in Oss. Het schijnt dat zonder die mutsen de zeeduik op deze schaal eigenlijk niet kan plaatsvinden, want de fabrikant neemt langzaam bezit van heel onze winter om de bijpassende rituelen te regisseren. Het marathonschaatsen, een eventuele Elfstedentocht, het kerstboom uitgraven of gewoon winterwandelingen, overal duikt de wereldwijde worst- en soepfabrikant op met soepkramen, mutsen, sjaals en kapitaal. Want die zee zelf mag dan nog gratis zijn, je moet je wel bij de soepfabrikant inschrijven die vervolgens het kapitaal aandraagt voor partytenten met stampmuziek, EHBO-diensten, verkeersregelaars, reddingsbrigade, scouting enzovoorts. Het ritueel, vier decennia geleden ontstaan op initiatief van lokale zwemverenigingen, is via uitgekookte marketing een massa-evenement geworden. Zo’n twaalfhonderd gingen in Zandvoort de zee in, maar nog eens tienduizend stonden toe te kijken. Buitentemperatuur van een graad of vier, zeewater van acht graden. In de tent hossen met de Gebroeders Ko, jumpstyle-muziek bij de warming-up en dan stort de horde mutsendragers zich in de zee, op weg naar gelukzaligheid en een beker gratis soep. Die soep, die was enorm smerig, zei een deelnemer na afloop. Maar om de soep gaat het niet, het gaat om de naam van de soepmaker, die via de inschrijving ook over de e-mailadressen van de deelnemers beschikt. Voor meer marketing.
Later die middag, veel later, zagen we deze man. Hij was in zijn eentje ver de zee ingelopen, veel verder dan de soepduikers, en had voorbij de branding zijn duik gemaakt. Voor hem was er geen soep, geen dweilorkest in badjas en geen publiek. Gewoon een duiker waar geen markt voor is.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.