Na een auto en een speedboot op zonne-energie ontwikkelt de TU Delft nu een racewagen op biobrandstof. Waarom sponsort de universiteit deze projecten zonder praktisch nut?
Een Delfts blauw tegeltjespatroon siert de neus van de milieuvriendelijke bolide. Zestig studenten van het DUT Racing Team werken al maanden in hun vrije tijd aan de auto. In de zomer racen ze in de Formula Student, een wedstrijd waar vierhonderd universiteiten aan meedoen.
Dit jaar rijdt Delft voor het eerst op de biobrandstof ethanol, nadat ze vorig jaar op gewone benzine tweede werden. De overstap is niet alleen uit milieuoverwegingen gemaakt, zegt teamleider Henk Wapstra (27). „Uit ethanol kunnen we een groter vermogen halen.” Toch wordt het steeds belangrijker om klimaatneutraal te rijden. „Vanaf volgend jaar let de jury in de competitie ook op onze CO2-uitstoot”, aldus Wapstra.
Milieuvriendelijke projecten zijn hip, zo heeft ook de TU Delft ontdekt. Afgelopen zomer won zonnewagen Nuna4 de Nuon Solar Challenge in Australië, en al eerder werd een speedboot op zonne-energie gepresenteerd. Om nog maar te zwijgen over de elektrische superbus van Wubbo Ockels. De universiteit timmert aan de weg met een groen imago.
Bedrijven staan niet in de rij voor de nieuwe ontwikkelingen. Zelfs de auto-industrie heeft geen interesse voor het biobrandstofproject. Direct praktisch nut heeft de groene raceauto namelijk niet. Hetzelfde geldt voor de zonneauto van het Delftse Nuon Solar Team.
Waarom sponsort de universiteit dan toch al die projecten? Volgens TU-woordvoerster Karen Collet is het goede reclame voor de universiteit. „Wij doen veel onderzoek naar duurzame energie. Hoewel de ontwikkeling van deze auto niet per se interessant is voor het bedrijfsleven, is het voor ons een mooi uithangbordje. Daarnaast heeft het voor de studenten ook een educatieve functie.”
Ook de interesse van bedrijven die het project wel sponsoren, zoals Stork-Fokker, ligt eerder bij de studenten dan bij de techniek. Wapstra: „Voor hen is het een investering in personeel met praktijkervaring.” Zelf is hij net klaar met zijn bachelor Werktuigbouwkunde. Andere vrijwilligers komen van studies als Lucht- en Ruimtevaarttechniek en Elektrotechniek.
Hoogleraar Henk Moll, verbonden aan het Centrum Energie en Milieukunde van de Rijksuniversiteit Groningen, heeft zijn twijfels over het nut van het biobrandstofproject. „Die zonneauto vond ik nog wel leuk, dat is een grote technologische uitdaging. Een auto op ethanol vind ik geen superprestatie, daar is de educatieve waarde wat mij betreft lager.”
Moll vraagt zich bij de projecten van de TU Delft af of de trend om alles ’groen’ te maken wel zin heeft. „Bij duurzame energiebronnen geldt dat je eerst moet nadenken over de toepassing in de samenleving. Wat is het maatschappelijk nut van een raceauto? Als je iets gaat ontwikkelen, doe dan iets waar we allemaal wat aan hebben.”
De studenten uit Delft verbeteren de wereld liever in kleine stapjes. Wapstra: „We doen nou eenmaal mee aan een racewedstrijd. Als we dan moeten kiezen tussen rijden op gewone benzine of biobrandstof, dan gaan wij voor het laatste.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.