Homo’s gedragen zich vaak onopvallend om gedoe te vermijden. Scheidend COC-voorzitter Frank van Dalen: „We zijn er nog lang niet.”
De hand-in-handdag is niet alleen ’superleuk’, maar ook erg nodig, zegt scheidend voorzitter van de homobelangenvereniging COC, Frank van Dalen. Vanuit een café in Eindhoven zullen vandaag homo’s twee aan twee vertrekken zodat overal in de stad stelletjes lopen, hopen enkele lokale COC-afdelingen in het zuiden.
„In 2001 dacht iedereen dat het wel klaar was met de homo-emancipatie”, zegt Van Dalen. „Homo’s mochten nu ook trouwen, dus wat wilden ze nou nog? En toch was er onder veel homo’s onbehagen.”
Vervolgens was er de imam die homoseksualiteit een ’ziekelijke afwijking’ noemde en de gereformeerde politicus die homo’s vergeleek met dieven. Het onbehagen kwam naar de oppervlakte. Van Dalen: „Wie zoiets doodnormaals doet als hand in hand lopen met zijn of haar geliefde, wordt nog altijd nagewezen of erger.”
Van Dalen bedacht dat homo-emancipatie in ’de derde fase’ is gekomen. „De eerste fase van de strijd ging om erkenning, de tweede over gelijke rechten, en nu gaat het om acceptatie. Iedere fase heeft zo’n dertig jaar geduurd, dus nee, we zijn er nog lang niet.”
Zijn voorzittersschap duurde maar drie jaar, tropenjaren, zegt hij, met zijn mobiele telefoontje constant aan zijn oor. „Toen het kabinet in 2006 viel heb ik mijn kans gegrepen. Het lukte zelfs een passage in het nieuwe regeerakkoord te krijgen. En onlangs heeft de Tweede Kamer de nota homo-emancipatie omarmd. Daar staat alles in wat het COC wilde.” Prinses Máxima zegde haar steun toe, minister Plasterk beloofde mee te varen met de jaarlijkse Canal Pride, de botentocht over de Amsterdamse grachten. „Het is allemaal nog mooier uitgepakt dan ik had durven hopen.”
De politiek is ervan doordrongen, nu moet het gaan gebeuren, zegt Van Dalen. Dat vergt controleren, bijsturen, geduld. „Ik ben niet zo van de tweede viool”, laat hij zich ontvallen. Dan: „O jee, dat ga je natuurlijk gebruiken.” Het is een teer punt; Van Dalen heeft de overlegcultuur regelmatig omzeild, stootte mensen binnen de homobeweging tegen het hoofd.
Hij had nu eenmaal haast; met het nieuwe kabinet moest en zou hij zijn slag staan. „Er is nog zoveel om voor te strijden. Neem homofobie in de sport, of het gebrek aan begrip voor homoseksuele ouderen in verzorgingshuizen, of homoseksuele mannen en vrouwen met een moslim- of orthodox christelijke achtergrond die geen kant op kunnen. Of homo’s die verhuizen vanwege het gedrag van Marokkaanse jongens.”
Het COC heeft de laatste jaren veel aandacht gevraagd voor geweld tegen homo’s op straat. Van Dalen heeft het probleem zichtbaar gemaakt, zelfs letterlijk met een slachtofferdag, maar de oplossing is er niet.
Wat hij wel zeker weet is dat terug-in-de-kast geen optie moet zijn. „Een vriendin van me merkte op dat haar homovrienden in een bedreigende situatie zich onbewust wat breder maken en wat zwaarder praten. Ze doen, kortom, alsof ze hetero zijn. Dat is ook meteen het verschil met andere minderheden. Want een vrouw kan niet even doen of ze een man is, een zwarte niet of hij blank is. We moeten juist zichtbaarder worden.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.