Borstvoeding is de beste voeding voor een zuigeling. Moeten moeders die hun baby van jongs af aan de fles geven zich schuldig voelen?
In 1999 begon de Wereldgezondheidsorganisatie WHO een campagne voor borstvoeding gedurende de eerste zes maanden. Vooral met het oog op ontwikkelingslanden waar flesvoeding door gebrek aan hygiëne en slechte waterkwaliteit te riskant is. Maar ook in de westerse wereld wordt campagne gevoerd. In Nederland gebeurt dat onder andere door het Voedingscentrum in Den Haag. Sinds 2002 is daar de leus: ’borstvoeding verdient tijd’.
Op zijn website heeft het centrum de voordelen op een rijtje gezet. Kinderen die voldoende lang (zes maanden dus) borstvoeding krijgen, hebben minder kans op eczeem, allergie en acute middenoorontsteking. Er zijn aanwijzingen, volgens het Voedingscentrum, dat borstvoeding ook beschermt tegen voedselovergevoeligheid, coeliaki (overgevoeligheid voor gluten) en allerlei infecties en ontstekingen (diarree, hersenvlies- en blindedarmontsteking, luchtweg- en urineweginfecties). Ook de kans op wiegendood, auto-immuunziekten en jeugddiabetes zou er door verminderen. Verdere voordelen: betere binding tussen moeder en kind en voor de moeder minder kans op borstkanker.
Wie deze voordelen op een rijtje ziet staan, denkt vermoedelijk: dan zal flesvoeding wel slecht zijn. Maar die redenering wil het Voedingscentrum niet voor z’n rekening nemen. Woordvoerster Patricia Schutte: „Flesvoeding is een prima alternatief. Behalve in ontwikkelingslanden, waar de risico's te groot zijn. Maar in Nederland kan flesvoeding geen kwaad. Wij beweren alleen dat borstvoeding een aantal voordelen heeft die flesvoeding niet heeft.”
Moeders die besluiten tot flesvoeding, hoeven zich dus niet schuldig te voelen. En ze zijn ten minste in een paar opzichten in het voordeel: flesvoeding is beter te combineren met werk en ook de vader kan de fles geven. Uit TNO-onderzoek bleek vorig jaar dat 28 procent van de vrouwen die begint met borstvoeding daarmee weer stopt, omdat het niet te combineren is met een baan. Andere belangrijke redenen om te stoppen: te pijnlijk of te weinig melk.
Het Voedingscentrum vermoedt dat het nogal eens schort aan de begeleiding van moeders die hun kind de borst willen geven. Schutte: „Bij een aantal vrouwen lukt het in één keer. Bij anderen niet. Zorgverleners moeten er in zo'n geval meer tijd voor uittrekken, maar dat gebeurt niet altijd.”
Het Voedingscentrum kan nog even voort met de campagne.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.