*

 

’Wacht even, ik moet opnemen’

Seada Nourhussen − 12/04/08, 00:00

Veel mensen zijn compleet afhankelijk van hun mobiele telefoon. Ze willen altijd bereikbaar zijn. „Alleen op een begrafenis zet ik hem uit.”

„Wacht even, mijn mobiel gaat over. Ik moet even opnemen.” Direct aan het begin van het interview zit Iris van der Klaauw (30) al lekker in het onderwerp: nomofobie. De angst om onbereikbaar te zijn.

Ze moet er een beetje om lachen. „Zul je net zien dat ik juist nu gebeld word.” Maar, geeft Van der Klaauw later toe, eigenlijk is dit wel tekenend voor haar relatie met haar telefoontje. „Ik denk dat ik vier uur per dag bel. Ik zet mijn telefoon nooit uit. Ook ’s nachts niet. Als ik aan het eten ben, vraag ik of het goed is als ik even dooreet. Maar ik neem wel op. Ja, of ik moet een begrafenis hebben. Dan zet ik hem uit.”

De administratief medewerkster uit Zwolle is verloren zonder haar mobiele telefoon. „Als ik hem niet bij me heb, voel ik me kaal, een beetje naakt zelfs. Het is gewoon handig om altijd bereikbaar te zijn.” Zelfs popster Madonna onthulde onlangs in een interview met Vogue dat zij en haar man Guy Ritchie met hun blackberry – mobiel én zakcomputer – onder hun kussen slapen.

Onze afhankelijkheid van de gsm heeft een nieuwe aandoening veroorzaakt: nomofobie. Dat is de angst om onbereikbaar te zijn en staat voor no mobile fobia. Britse onderzoekers menen dat 13 miljoen van de mobiele bellers in Groot-Brittannië hier last van hebben. Meer dan de helft zet zijn gsm nooit uit. Negen procent van de ondervraagden geeft zelfs aan zich niet goed te voelen als ze hun gsm uitzetten. En één op tien vindt dat ze altijd bereikbaar moeten zijn voor hun baan.

Psychotherapeute Manja de Neef heeft haar bedenkingen bij de term nomofobie. „Bijna elke mobiele telefoonbezitter wordt een beetje onrustig als de telefoon zoek is. Dat wil niet zeggen dat ze last hebben van een angststoornis.”

De Neef is mede-auteur van het zelfhulpboek ’Fobieën’ en vindt de nieuwbakken kwaal nogal dik aangezet voor een relatief klein ongemak als mobiele onbereikbaarheid. „Een fobie is een extreme angst die mensen beperkt om normaal te functioneren. Als je straatvrees hebt, is werken bijna niet mogelijk. Dat zal met nomofobie niet zo’n probleem zijn.”

Wiebe Bijker, bijzonder hoogleraar techniek en samenleving, vindt nomofobie ’een beetje mal’. Bijker ziet dat mensen door de komst van het mobieltje veel frequenter contact hebben. „Vroeger maakte je een afspraak en hield je je daaraan. Het is nu heel normaal dat mensen elkaar eerst bellen om af te spreken, vervolgens bellen om te vragen hoe laat, daarna om te vragen waar. En op de plaats van bestemming weer bellen om te vragen waar de ander zich exact bevindt. Daar moet ik altijd om grinniken.”

Dit obsessieve gebel is makkelijk verklaarbaar, zegt Bijker. Het mobieltje is al ruim tien jaar niet meer nieuw, maar volgens de hoogleraar nog niet helemaal ’ingedaald’ in de samenleving.

„De gemiddelde nieuwe pil heeft twintig jaar nodig voordat mensen er normaal mee om kunnen gaan. Maar het gaat niet om het product, het mobieltje in dit geval, maar om de sociale druk die de samenleving er omheen creëert. Omdat een mobiel onophoudelijk contact mogelijk maakt, passen mensen hun verwachtingspatroon aan.”

Techniek-expert Bijker heeft zelf pas sinds een week een mobieltje. „Maar dat vertel ik niemand, anders heb ik geen rust meer.”

mailIcon print |