*

 

Nuchtere boerenzonen zijn nu beter af

Marten van de Wier − 10/03/08, 00:00

De kleine gemeente Lith heft zichzelf op. De dorpelingen reageren typisch Liths: nuchter, en een beetje stug.

De oudere Lithse dame leunt op haar winkelwagentje. Met haar naam wil ze absoluut niet in de krant. „Dát is nou Liths”, zegt ze, terwijl ze ongemakkelijk de andere kant op kijkt. Ze illustreert zelf de stugge Lithse volksaard, waar ze net over heeft verteld. Mevrouw Teurlings, met wie ze buiten de supermarkt staat te kletsen, wil alleen haar achternaam geven. „Die kent toch niemand hier.” Teurlings is een naam van buiten Lith, want mevrouw Teurlings is import. „In het begin waren de mensen hier hard. Ik kwam van een boerderij van buiten, wij hadden nooit geldgebrek, en hier was het armoede”, vertelt ze. Nu zou ze niet meer uit Lith weg willen. Dat geldt ook voor haar anonieme vriendin. „Voor mijn gevoel is het erg dat ze Lith opheffen”, zegt zij. „Lith moet Lith blijven.”

Donderdagavond besloot de gemeenteraad dat het Brabantse Lith niet zelfstandig verder kan. Het dorp kampte in het verleden met flinke begrotingstekorten. De partij Lithmaatschap stelde het zelfstandig voortbestaan van Lith twee jaar geleden als eerste ter discussie. In de coalitie zorgde die partij voor een onderzoek naar de levensvatbaarheid van de gemeente met 6700 inwoners en zes dorpskernen. „We wilden onze voorzieningen in stand houden, maar tegelijkertijd de lasten voor de bewoners niet verhogen”, legt raadslid Thecla Bos uit.

Op het Marktplein van Lith, omzoomd door knotwilgen, staan historische panden en nieuwbouw door elkaar. Het politiebureau is eens in de twee weken op donderdag open van drie tot zes, behalve in de schoolvakanties. Er zijn een Plusmarkt, een Etos en een bibliotheek. Uitgaan kan in tapperij Hertog Jan, vertelt Monique Bongers (17). Verder heb je de jaarlijkse feesten rond de bakfietsenrace, en natuurlijk de Lithse kermis. „Als we echt willen stappen gaan we met een busje naar Den Bosch”, zegt Bongers. Toch wil ze in het dorp blijven wonen. „Je kunt overal binnenlopen, iedereen zegt ’hoi’ en ’doei’.”

In Hertog Jan zit Henk van Sonsbeek aan een gehaktbal. Van Sonsbeek is niet rouwig om het verdwijnen van Lith, en de meeste Lithenaren met hem, denkt hij. „De mensen hier zijn nuchtere boerenzonen. Lith blijft toch hetzelfde. Ik denk dat we beter af zijn. Ik heb het met deze gemeente helemaal gehad. Het kostte me driekwart jaar voordat ik een puntdak op mijn garage mocht zetten.”

Wilma Evers laat haar hond uit, en wijst de weg naar een mooie route langs het water. „De stuw is voor eenderde kapot. Het onderhoud is te duur voor Lith. Soms kunnen daardoor de pontjes niet varen, omdat de waterstand niet goed is”, weet ze. Vanaf de oever van de Maas herken je het oude Lith zoals dat model stond voor ’Dorp aan de rivier’, het boek van Antoon Coolen werd verfilmd door Fons Rademakers. De bekrompenheid van de oude dorpelingen, waar de hoofdpersoon uit Coolens boek de strijd mee aangaat, is voor een groot deel verdwenen. Maar een beetje stug zijn ze nog wel in Lith. Het is waarschijnlijk aan de gemeente Oss of Den Bosch om daar straks mee om te gaan.

mailIcon print |