*

 

Amsterdam steunt moskee waar nodig

Perdiep Ramesar − 28/06/08, 00:12

Het Amsterdamse stadsbestuur biedt steun aan religieuze instellingen als daar reden toe is. Zelfs als het gaat om een orthodoxe moskee. Burgemeester Job Cohen legt uit waarom zijn college hiervoor kiest.

Subsidie aan de nooit gebouwde Westermoskee in Amsterdam leverde een politieke rel op. Achteraf is daar wel degelijk het beginsel van de scheiding tussen kerk en staat uit het oog verloren. Burgemeester Job Cohen: „Het stadsdeelbestuur en de woningbouwvereniging wilden alleen financieren, als de moskee een liberale islam zou uitdragen.”

De tactiek bleek bovendien weinig vruchtbaar. De Amsterdamse Milli Görüs, onderdeel van een internationale Turkse religieuze organisatie, voelde zich betutteld. Het werd ruzie, en het prestigieuze bouwproject in Amsterdam-West kwam niet van de grond. Cohen trekt hier een les uit: de stad blijft religieuze instellingen steunen als het bestuur dat nodig vindt, maar bepaalt niet wat ze in een moskee moeten zeggen.

Dat staat in de notitie ’Scheiding Kerk en Staat’ die Cohen vandaag uitbrengt. „Als je subsidie verleent, moet je wel beargumenteren waarom. Een reden kan zijn dat een gebedshuis een bijdrage kan leveren aan de samenhang in een buurt. Maar proberen de leer in de moskee of nieuwe christelijke kerk te beïnvloeden door voorwaarden te stellen aan het geloof dat de mensen belijden, betekent overschrijding van de scheiding van kerk en staat.”

De scheiding tussen kerk en staat is niet officieel vastgelegd in de Grondwet, maar er zijn wetten en beginselen die daar wel uitdrukking aan geven. De overheid dient neutraal te zijn, iedereen heeft het recht om zijn geloof te belijden. Toch komt Amsterdam met een nota.

Cohen: „Er zijn spanningen in de samenleving door de snelle opkomst van de islam, op een moment waarop veel Nederlanders vaarwel hebben gezegd tegen hun christelijke geloof. Dat botst op gezette tijden. Velen beschouwen de opkomst van de islam als een bedreiging. Dan kun je wel zeggen: het staat in de Grondwet en iedereen heeft nou eenmaal het recht om zijn geloof te belijden, maar je merkt dat het begrip scheiding van kerk en staat tot verwarring leidt en daar moet je als bestuurder wel wat mee.”

Volgens Cohen is de noodzaak om de discussie steeds opnieuw te voeren typisch voor de pluriforme Nederlandse samenleving. „Nederland was altijd al een land van minderheden wiens rechten bescherming behoeven. Wij bemoeien ons niet met de inhoud van religies en zij niet met ons bestuur. Maar dat wil niet zeggen dat wij geen religieuze instellingen mogen steunen, dat wij geen imam mogen inzetten om radicaliserende jongeren aan te spreken, of soms zelfs wat extra steun bieden om een moskee, synagoge of ’zwarte’ kerk te bouwen, omdat de groepen die daar gebruik van maken in een achterstandpositie zitten. Ja, dat betekent dat we ook een orthodoxe moskee kunnen steunen als we de argumenten hebben dat die moskee daar op z’n plek is.”

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />