*

 

’Politieke afspraak tussen kerkelijke en wereldlijke machten’

Van onze verslaggever − 28/06/08, 00:12

Het beginsel van scheiding van kerk en staat is ontstaan tijdens de Franse Revolutie en kreeg in de loop van de negentiende eeuw in bijna alle West-Europese landen een plek binnen de staatsinrichting.

De vorsten waren de baas over de kerk, die een dikke vinger in de pap had in Europa. De kerk moest loskomen van de overheid om een eigen koers te kunnen varen. Op den duur leidde dit dus ook tot een overheid die neutraal werd. In de verschillende West-Europese landen heeft het beginsel op verschillende manieren zijn plek gekregen.

In Europa bestaan grofweg drie manieren waarmee staten vorm hebben gegeven aan de verhouding tussen staat en kerk. Deze modellen zijn de staatskerk als in Denemarken, Engeland en Griekenland, de samenwerking tussen kerk en staat als in Duitsland, Oostenrijk, België, Italië, Spanje en Nederland en als derde model is er de strikte scheiding van kerk en staat zoals dat in Portugal, Ierland en Frankrijk geldt.

In discussies in Nederland rondom de scheiding van kerk en staat wordt geregeld het Franse systeem aangehaald als een manier om het ook in Nederland te regelen. Dat systeem van laïcité (secularisme) houdt in dat religie helemaal niet in het publieke domein thuishoort.

Maar ook in Frankrijk zijn ze van dit rigide standpunt afgestapt. Als gevolg van scherpe discussies over het dragen van een hoofddoek stelde president Jacques Chirac in 2003 de commissie Stasi in met de opdracht een rapport te schrijven waarin het begrip secularisme zou worden herijkt.

De commissie nam afstand van de klassieke Franse opvatting en benadrukte het belang van openbaar pluralisme. Het rapport Stasi is echter vooral bekend geworden omdat de commissie het verbod op het dragen van religieuze attributen juist verdedigde, zoals kruisje, keppel en hoofddoek.

Toch was het argument dat de commissie gebruikte wel nieuw voor Frankrijk, namelijk dat het hier niet gaat om een uiting van religie, maar om een uiting van onderdrukking. Openlijk religieus zijn, vond de commissie in het licht van een veelzijdige samenleving wel te verdedigen.

In de discussie die volgde, voerde het verbod de boventoon en verdween het pleidooi van openbaar pluralisme naar de achtergrond. Het verbod werd overgenomen door de Franse overheid en is tot op heden van kracht.

In Nederland staat het beginsel niet in de Grondwet, noch in enige andere wettelijke bepaling. Volgens de Amsterdamse notitie is het beginsel in feite niet meer dan een ’politieke afspraak tussen kerkelijke en wereldlijke machthebbers geweest om niet te zeer in elkaars vaarwater te komen’. Kerk en staat wilden volgens de notitie beide de staatsmacht en hebben uiteindelijk allebei afgesproken te marchanderen.

mailIcon print |