*

 

Vermenging kerk en staat niet aan de orde

Van onze redactie onderwijs − 27/06/08, 00:00

Godsdienstonderwijs op openbare scholen kan al, ondanks de scheiding tussen kerk en staat. Maar veel ouders weten dat niet. En veel politici evenmin.

Het kan al jaren, maar niet veel ouders weten ervan: als zij dat willen, is de openbare school van hun kind verplicht te zorgen voor les in hun eigen godsdienstige richting. De overheid moet ervoor zorgen dat deze mogelijkheid beter bekend wordt, schrijven de directeuren van het openbaar basisonderwijs in Amsterdam vandaag in Trouw.

Dat is geen overbodige luxe, zo blijkt uit de verwarring die de Amsterdamse stadsdeelvoorzitter Marcouch (PvdA) zo’n drie weken geleden opriep met zijn pleidooi voor islamitisch onderwijs aan openbare scholen. Sommige Kamerleden wisten van schrik niet hoe snel ze dit voorstel moesten afwijzen. Partijgenoten uit zijn eigen stadsdeel – Slotervaart – vrezen ’islamisering’ en een ’vreemde vermenging’ van kerk en staat.

Vanwaar die beroering? Wat Marcouch bepleit, kan al heel lang. Sterker nog, het gebeurt ook. Aan 56 procent van alle openbare basisscholen wordt al les gegeven in een bepaalde godsdienstige richting. Dat gebeurt weliswaar onder schooltijd, maar de scholen hebben er weinig mee te maken. Ze hoeven er alleen maar voor te zorgen dat de leerlingen die geen godsdienstles volgen in de tussentijd andere bezigheden hebben.

Voor de godsdienstlessen zelf is niet de school verantwoordelijk, maar de kerk of levensbeschouwelijke organisatie waartoe de ouders behoren. Anders dan Trouw gisteren meldde, worden de docenten niet aangesteld en betaald door de school, maar door de betrokken godsdienstige organisatie. En de lessen vallen buiten het toezicht van de onderwijsinspectie.

Het pleidooi van Marcouch houdt niet meer in dan dat ook islamitische ouders deze mogelijkheid gaan benutten. Van de ongeveer 630 docenten die op deze basis les in godsdienst en levensbeschouwing geven, is het leeuwendeel namelijk protestants of humanistisch. Er zijn slechts twintig islamitische docenten; die geven les in Rotterdam en Lelystad. In Amsterdam wordt volgens de verzamelde directeuren op geen enkele basisschool islamitische les gegeven.

Met het aantasten van de scheiding tussen kerk en staat heeft Marcouch’ pleidooi niets te maken. De gedachte dat het openbaar onderwijs per definitie geen aandacht aan godsdienst besteedt, is wijd verbreid, maar klopt niet. Integendeel, wettelijk is vastgelegd dat alle leerlingen kennis moet worden bijgebracht over ’geestelijke stromingen’. Dat gebeurt zonder voorkeur voor de ene of de andere levensbeschouwing. Bij de islamitische lessen waarvoor Marcouch pleit, is dat anders. Maar die vallen niet onder de staat.

Dat betekent niet dat de overheid geen enkele bemoeienis heeft met de godsdienstlessen van levensbeschouwelijke organisaties. Sommige gemeenten subsidiƫren deze lessen. En de gezamenlijke kerken kregen eind vorig jaar 2,7 miljoen euro rijkssubsidie om een organisatie op poten te zetten.

De kerken hopen op meer, want het godsdienstonderwijs staat onder druk. Gemeenten bezuinigen en bovendien moeten docenten sinds kort aan wettelijke bekwaamheidseisen voldoen. De veredelde vrijwilliger van vroeger voldoet daarom niet meer. De laatste jaren is het aantal leraren dat deze lessen geeft daardoor gehalveerd.

Tien miljoen overheidssteun is wel het minste om het tij te keren, vinden de kerken, anders wordt de wet die dit onderwijs mogelijk maakt een ’dode letter’. Komt dat geld er, dan kan ook het islamitisch onderwijs op openbare scholen een vlucht nemen.

mailIcon print |