Adri van Montfoort is de eerste lector in Nederland op het gebied van jeugdzorg en jeugdbeleid. In zijn lectorale rede zegt hij vandaag dat opvoeding geen wetenschap is, maar een vorm van beschaving.
„Heeft u uw kinderen met wetenschappelijk bewezen methodes opgevoed?” vraagt jurist en pedagoog Adri van Montfoort, die vandaag als lector jeugdzorg aan de Hogeschool Leiden start. „Ik niet en volgens mij doet niemand dat.”
Toch, constateert hij, staan medewerkers in de jeugdzorg onder toenemende politieke druk om alleen nog van die aangetoonde effectieve methodes te volgen in de behandeling van kinderen en ouders met problemen. ’Evidence based’ heet dat in het jargon. Het past in de roep om meer controle en beheersing van problemen met jongeren.
Er is niks mis met goed onderzoeken wat wel en niet werkt, zegt Van Montfoort. Hij wil zelf ook meer van die onderzoeken doen aan de Leidse hogeschool. Maar verwacht er niet te veel van in de dagelijkse praktijk van de jeugdzorg, vervolgt hij. „Als je thuis zit op de bank tegenover de moeder met haar ontsporende zoon, dan heb je lang niet altijd iets aan zo’n methode.”
Hierin verschilt de jeugdzorg van de medische wetenschap met zijn enorme technische vooruitgang, denkt hij. „Met techniek kom je bij opvoedproblemen niet ver. De jeugdzorg is niet een wetenschap die op wetenschappelijke aangetoonde effectiviteit te baseren is. Het is een wetenschap die op waarden gebaseerd is, opvoeding is een vorm van beschaving.”
Hij zal vandaag in zijn lectorale rede verwijzen naar de eerste kinderrechter die in 1921 zei: kinderbescherming is een volkszaak. Toen werd opvoeding nog beschouwd als een zaak die niet alleen de ouders, maar de hele omgeving rond het kind aanging. Maar door de individualisering van de laatste decennia is die balans verschoven.
Opvoeden is een zaak van de ouders geworden, niet langer van de rest van de familie of de buurt. Kunnen die ouders het niet aan, dan schuift de verantwoording voor de opvoeding naar de overheid. Het gevolg is een enorme groei van de hulpvraag, wachtlijsten en bureaucratie.
Maar ook de manier waarop jeugdzorg aan het werk moet, is verschoven, stelt Van Montfoort. Tot een paar jaar geleden was de algemene opvatting nog dat de aanpak van problemen gestuurd moest worden door de hulpvragen van de ouders of de kinderen. Daarmee ging de jeugdzorgwerker aan de slag.
Sinds de geruchtmakende dood door mishandeling van peuter Savanna is de sfeer omgeslagen: de vrijblijvendheid is voorbij, wordt nu geroepen, dwang is geboden en sneller ingrijpen. Gezinsvoogden moeten met wetenschappelijk bewezen methodes aan de slag.
Dat is lang niet altijd mogelijk in de praktijk, zegt Van Montfoort. „Een voorbeeld. Uit onderzoek blijkt dat een kind beter in een pleeggezin kan opgroeien dan in een leefgroep. Mooi, maar wat moet je ermee als er geen pleeggezinnen zijn, of als het kind zo onhandelbaar is dat het al uit een pleeggezin gezet is? Dan moeten we toch de kinderen en de medewerkers in de tehuizen ondersteunen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.