*

 

Extra sterfte al vroeg bekend

Joep Engels − 25/01/08, 02:29

Bij een onderzoek naar probiotica overleden 24 patiënten, terwijl al halverwege duidelijk was dat bij de behandelde groep meer sterfte voorkwam. Omdat het toen nog toeval kon zijn, werd het onderzoek niet stopgezet.

Het lijkt erop dat het toeval de Utrechtse alvleesklieronderzoekers een rad voor de ogen heeft gedraaid. Toen de zogeheten monitoringscommissie halverwege het onderzoek controleerde wat de effecten waren van de behandeling met probiotica, tekende de extra sterfte zich al af.

Maar de afwijking bleef binnen de afgesproken grenzen en daarom trok de commissie niet aan de bel. De onderzoekers wisten daar verder niets van: zij kregen – ook volgens afspraak – alleen te horen dat de totale sterfte niet afweek van de verwachting.

Dat klinkt misschien vreemd, maar dat is achteraf geredeneerd: op dat moment hadden nog maar 180 patiënten meegedaan en kon de afwijking ook nog een toevalstreffer zijn. Toen het onderzoek met alle 296 patiënten werd afgerond, bleken er in de probiotica-groep 24 mensen te zijn overleden. Dat kon volgens de afspraken geen toeval meer zijn. Saillant detail: waren het 22 slachtoffers geweest, dan had dat formeel nog een speling van het lot kunnen zijn.

Die afspraken hebben een reden. Wetenschappers willen uitsluiten dat de uitkomsten van hun onderzoek toevalligheden zijn. Daarom vinden ze een uitkomst pas relevant als de kans dat die uitkomst een toevalstreffer is, kleiner is dan 5 procent. Bij een grotere kans hebben ze twee opties: concluderen dat hun onderzoek geen uitsluitsel heeft gegeven, of meer patiënten bij het onderzoek betrekken en hopen dat de effecten blijvend zijn.

Die functie had ook de monitoringscommissie in dit onderzoek. Zij moest tussentijds bekijken of de uitkomsten al duidelijk één kant op wezen. Dat het geen toeval meer kon zijn dat de probiotica heilzaam waren (in dat geval zouden alle patiënten die behandeling krijgen) of dat ze schadelijk waren (dan was de behandeling gestopt).

Maar de uitkomsten bleven binnen de toevalsmarges. Als de commissie op dat moment aan de onderzoekers had verteld dat er bij de probiotica-groep meer sterfte voorkwam, was dat het eind van het onderzoek. De artsen mogen net als de patiënten niet weten wie het middel krijgt en wat de effecten zijn. Anders deugt de statistiek niet.

Volgens Marc Besselink, één van de onderzoekers van de studie, heeft men achteraf nog een onafhankelijke statisticus ingeschakeld. „Ook deze vond de beslissing om door te gaan terecht. De extra sterfte had toeval kunnen zijn: bijvoorbeeld doordat het lot de ernstig zieken in de probiotica-groep had ingedeeld. Op zo’n moment ben je aan de patiënten die al hebben meegedaan, verplicht om door te gaan en uitsluitsel te krijgen.”

Besselink wil niet zeggen wat bij de tussentijdse monitoring de sterfte bij beide groepen in absolute aantallen was. „Wij mogen die absolute getallen niet geven, omdat anders onze wetenschappelijke publicatie in gevaar komt. Het blad dat onze studie zal rapporteren is alleen akkoord gegaan met publicatie van het totaal aan sterfte.”

mailIcon print |