*

 

Opnieuw twintig jaar geëist voor moord Jesse

Door: redactie − 12/02/08, 15:31

(Novum) - Julien C. heeft dinsdag in hoger beroep opnieuw twintig jaar cel en tbs met dwangverpleging tegen zich horen eisen voor de moord op Jesse Dingemans. De 8-jarige scholier werd in december 2006 doodgestoken op zijn school in het Brabantse Hoogerheide. Het motief bleef ook voor het gerechtshof in Den Bosch onbekend. De 23-jarige C. blijft ontkennen.

Een leerkracht wees C. de weg naar de klas van zijn broertje, die bij Jesse in de klas zat. Daar trof hij toevallig Jesse, stelde de rechtbank van Breda eerder al. Vlak nadat de verdachte gehaast het schoolgebouw had verlaten werd Jesse dood gevonden, in een hoek achter in het lokaal. Buren hebben C. bovendien herkend toen hij zich ontdeed van vuilniszakken waarin bebloede kleding met zijn DNA en dat van Jesse bleek te zitten. Ook is C. gezien door een overvloed aan andere getuigen. Maar volgens C. komt zijn signalement overeen met dat van 'een miljoen' andere mannen.

C. kreeg in september van de rechter twaalf jaar cel en tbs voor doodslag, waar het Openbaar Ministerie twintig jaar en tbs had geëist voor moord. De rechtbank in Breda achtte voorbedachte rade niet bewezen en veroordeelde de Hagenaar daarom voor doodslag en niet voor moord. De straf viel zo een stuk lager uit dan het OM in gedachten had. Bovendien oordeelde de rechter dat C. verminderd toerekeningsvatbaar was. Zowel C. als het OM ging in hoger beroep.

C., die vier advocaten versleet, dinsdag zijn eigen verdediging voerde en zijn eigen pleidooi houdt, toonde zich opnieuw zeer bekend met zijn dossier. Met een kladblok, enkele dossierstukken en een vuistdik wetboek in de hand somde hij wetsartikelen en paginanummers uit het duizenden pagina's tellende dossier op, soms zonder aanleiding. Volgens hem moet het OM niet-ontvankelijk worden verklaard omdat er naar zijn mening maar één getuige is geweest die hem mogelijk op de school heeft gezien. "Eén getuige is geen getuige", stelde hij. Bovendien is de fotoconfrontatie niet juist verlopen, haalde C. een deskundige aan.

Ook wil C. niet dat een verslag van het Pieter Baan Centrum over zijn geestesgesteldheid wordt gebruikt als bewijs. Hij weigerde mee te werken aan een onderzoek, acht zichzelf volledig toerekeningsvatbaar en geeft geen toestemming voor het gebruik. Dat is volgens de wet, zei hij. "U kent alle artikelen? Een voltooide rechtenstudie?", wees de voorzitter van het hof hem terecht. Volgens de rechter klopt C.'s visie niet en had C. hier een ander standpunt gehad als hij een raadsman aan zijn zijde had geduld.

Volgens advocaat Henk van Dijk jeukten zijn handen tijdens de zitting. "Hij kent de wet, maar niet de uitleg en jurisprudentie." Wel kan C. volgens hem voorkomen dat hij voorgoed op een tbs-afdeling komt als hij weet aan te tonen dat hij volledig toerekeningsvatbaar kan worden geacht.

De rechter legde C. het vuur na aan de schenen met vragen. Hij stelde sommige vragen vol ongeloof en reageerde op diverse antwoorden met de woorden: "Ja, ja." C. antwoordde meermalen dingen niet te weten of ontkende. Zo weerspak hij dat diverse kledingstukken, waarop zijn DNA zat en waarvan zijn familie zei dat ze van hem of van de familie was, hem toebehoorden. "U ziet het toch wel goed?", vroeg de rechter. Bij politieverhoren had C. aangegeven dat diverse kledingstukken wel degelijk van hem zijn. "Wat niet in mijn bezit is aangetroffen, is niet van mij", zei C. dinsdag. "Daarvoor neem ik geen verantwoording."

C. heeft de nacht voorafgaand aan de dood van Jesse zijn moeder gebeld met de mededeling dat er 'iets in de lucht' hing. Op de vraag wat er precies in de lucht hing antwoordde C.: "Wolken."

Verder uitte C. kritiek op de rechter. Die zei dat hij 'ellenlange' verklaringen van C. heeft gelezen. "En maar praten en maar praten", zei de rechter. "En als er moeilijke vragen komen wilt u niets meer zeggen." C. vond dat de rechter hem niet serieus nam. "Heeft u het dossier gelezen?", vroeg hij. "Dan weet u wat er gebeurd is."

Volgens C. werd hij afgeperst en had een van zijn belagers het voorzien op zijn broertje. Die zou Jesse voor het broertje hebben aangezien en hem hebben gedood. C. zou zich hebben moeten uitkleden en naakt naar het huis van zijn moeder en stiefvader zijn gerend. Bij zijn aanhouding droeg hij alleen een regenbroek, schoenen, jas en een petje; kledingstukken van zijn moeder en stiefvader. Twee sets andere kleding zijn in een bos en openbare prullenbak teruggevonden.

mailIcon print |