Een op de zes kinderen van gescheiden ouders heeft problemen door de scheiding. Dat aantal is lager dan gedacht, zeggen onderzoekers.
Gedragsproblemen, blijven zitten op school, roken en depressiviteit; 15 procent van de kinderen van gescheiden ouders kampt met een van deze problemen als gevolg van de breuk tussen beide ouders. Dat blijkt uit onderzoek van E-Quality, een kenniscentrum voor emancipatie, gezin en diversiteit, dat vandaag verschijnt.
In opdracht van het ministerie voor jeugd en gezin bekeek E-Quality de situatie en ervaringen van de zogenoemde ’nieuwe gezinnen’. Dit zijn gescheiden ouders en hun kinderen, en ouders en kinderen in stiefgezinnen.
Jaarlijks maken naar schatting tussen de 50.000 en 60.000 kinderen een scheiding van hun ouders mee. Toch heeft maar ’een relatief klein deel’ (15 procent) van die kinderen er echt last van, schrijven de onderzoekers. „Het algemene beeld uit eerdere publicaties is dat veel meer kinderen er last van hebben”, zegt Corine van Egten, senior onderzoeker bij E-Quality. „Duidelijke cijfers daarover ontbraken tot nu toe. Nu blijkt dat het aantal kinderen dat problemen krijgt door de scheiding een stuk lager ligt dan wat de meeste mensen verwachten.”
Toch is er geen reden om deze cijfers onbezorgd terzijde te schuiven. Een scheiding op zich is niet schadelijk voor kinderen, maar langdurige conflicten tussen de ouders en achteruitgang in de financiële situatie kunnen behoorlijk veel ellende nalaten. Het kan leiden tot emotionele problemen of gedragsproblemen, maar ook tot onderprestatie op school. Kinderen van gescheiden ouders beginnen vaker op jongere leeftijd aan een relatie dan kinderen van niet-gescheiden ouders, liet eerder onderzoek al zien. De kans dat ze later zelf gaan scheiden is groter.
Onderzoekers stellen ook vast dat langdurige ruzies tussen ouders vaker voorkomen. Ouders doen hun best het belang van het kind voorop te stellen maar dat lukt ze vaak niet. Van Egten: „Ook co-ouderschap neemt toe. Vaders spelen na de scheiding een grotere rol bij de opvoeding. Doordat beide ouders invloed blijven houden zijn er ook meer conflicten.”
Veertig procent van de kinderen van wie de ouders gescheiden zijn, krijgt op een gegeven moment een stiefouder. Over stiefgezinnen in Nederland, naar schatting 150.000, wordt in het algemeen positief gedacht, schrijven de onderzoekers. Stiefouders proberen een sociaal wenselijk beeld over hun nieuwe gezin naar buiten te brengen. „Dat komt waarschijnlijk doordat ze weinig begrip uit hun omgeving ervaren”, verklaart Van Egten. Maar dat positieve beeld komt niet altijd overeen met de werkelijkheid thuis. Zowel ouders als kinderen geven aan de vorming van zo’n nieuw gezin best lastig te vinden. Bovendien scheiden stiefouders vaker dan ’oorspronkelijke’ ouders.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.