*

 

Turken voelen zich verbonden in eigen woningcomplex

Ruud van Haastrecht − 18/09/08, 21:56

Amerikaanse toeristen die historisch Delfshaven bezoeken, lopen sinds kort speciaal een blokje om voor ’de huizen met de tulpen’. „Ze vinden het fantastisch en vragen of er geen huis te koop is”, vertelt Hüseyin Bag (41) trots.

De metaalbewerker was de afgelopen jaren voortrekker van een uniek project: Turkse bewoners die hun eigen woningcomplex realiseren. Begin maart vorig jaar kregen de eerste bewoners de sleutel. Niet alleen zij zijn Turks, ook hun huizen zijn door het moederland beïnvloed.

Biz Botuluyuz – Turks voor: wij uit Bospolder-Tussendijken – ligt in een weerbarstig stukje Rotterdam. De vooroorlogse wijk leed in de jaren tachtig en negentig onder drugshandel en criminaliteit vanuit het naburige Spangen. Ook waren er veel illegale logementen.

Maar sinds het beter gaat met Spangen, gaat ook Bospolder-Tussendijken vooruit. De Vogelaarwijk (14.500 bewoners, van wie driekwart allochtoon) zit midden in een grootschalige sloop- en nieuwbouwoperatie. In de nauwe, sjofele Bruijnstraat is Biz Botuluyuz een pareltje.

De van oorsprong Turkse tulp zie je overal terug: in een meters hoog keramiek tegeltableau bij de poort naar de binnenplaats, in de glazen balustrades, naast de brievenbussen, en in het ijzeren hekwerk. De vormgeving van de smalle houten erkers is geïnspireerd door de beroemde houten huizen van de Turkse stad Kastanbolu.

Doordat de aspirant-kopers zelf om de tafel zaten met de architect, konden ze ook de plattegrond van hun drie- of vierkamerwoning ’ver-Turksen’: rechthoekige kamers in plaats van allerlei Vinexachtige hoekjes en rondingen, de wc niet naast de keuken of woonkamer, een aparte keuken en drie centrale tv-schotels op het dak. Een Marokkaanse architecte heeft het gebouw ontworpen, de Turkse architect die eerst in de arm was genomen haakte af.

Ook alle aspirant-kopers van het eerste uur zijn in de loop van de zeven jaar aanlooptijd verdampt. „Sommigen vonden het te lang duren en hebben ergens anders wat gekocht. Anderen zijn zonder werk geraakt”, vertelt Bag. Zelf gaf hij zich in het najaar van 2003 op voor het project en werd prompt tot voorzitter van de kopersvereniging gekozen. Een van zijn eerste beleidsdaden was het openstellen van het project voor niet-Turken. Toch wemelt het deurbelpaneel van de Turkse namen als Yilmaz, Balcioglu en Turham. Van de 24 woningen zijn er 23 verkocht aan Turkse gezinnen, één aan een Kaapverdiër. „Soort trekt soort”, denkt Bag. „Er waren wel aspirant-kopers van Nederlandse en Marokkaanse komaf, maar die zijn afgehaakt. Ze zeiden om financiële redenen.”

Sener Yanmaz, voorzitter van de Vereniging van Eigenaren, had Biz Botuluyuz ook liever gemengd gezien. Maar het heeft ook zo z’n voordelen: „Sommige gezinnen spreken niet goed genoeg Nederlands. Er is nu geen taalbarrière.” Dat een Turkse omgeving niet stimuleert om Nederlands te leren, vindt hij geen probleem zolang „een van beide echtgenoten maar redelijk Nederlands spreekt.”

„En het is ook buren onder elkaar. De hechtheid is veel groter”, zegt Bag. Yanmaz knikt: „Zeventig tot tachtig procent komt bij elkaar op de koffie.” De wedstrijden van het Turkse voetbalelftal op het Europees kampioenschap werden gezamenlijk bekeken op een groot scherm op het parkeerdek. „De een kwam met koffie, de ander met koekjes, gewoon op eigen initiatief. En na het laatste fluitsignaal samen naar het Hofplein om de overwinning te vieren”, glundert Bag.

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />