*

 

Rekenrapport: broddelwerk

Theo Wubbels − 17/11/09, 10:28

De Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) heeft een rapport uitgebracht om de strijd tussen realistisch en traditioneel rekenonderwijs te beslechten.

In de pers woedt die strijd heftig en terecht is volgens de president van de Akademie daarom een grondige analyse van inhoudelijke inzichten en empirisch feitenmateriaal op z’n plaats.

Dat een geleerd gezelschap, zoals de president van de KNAW zijn collega’s omschrijft, zich bezig houdt met de kwaliteit van het primair onderwijs valt te loven: te vaak worden uitspraken over ons onderwijs gebaseerd op vooroordelen, beperkte persoonlijke ervaring en meningen in plaats van harde gegevens en feiten.

Van de KNAW mogen we wetenschappelijk gefundeerde uitspraken over ons onderwijs verwachten. De daartoe door de KNAW ingestelde commissie concludeert dat er geen overtuigend effect van het gebruik van realistische of traditionele rekendidactiek is aangetoond. Voor deze conclusie heeft de commissie wetenschappelijk onderzoek geanalyseerd.

Dat daarbij de kwaliteit van de verschillende studies maar zeer beperkt is betrokken verdient geen schoonheidsprijs, maar is waarschijnlijk niet dodelijk voor de conclusie dat de gebruikte rekenmethode er weinig toe doet.

Volgens de inleiding van de president van de Akademie is de scherpste conclusie echter dat de kwaliteit van het rekenonderwijs op de lerarenopleiding ernstig onder druk is komen te staan.

De samenvatting zegt: “De opleiding en nascholing van de leraar zijn in ernstige mate geĆ«rodeerd.” En: “De rol van de leraar staat echter onder druk door het zelfstandig werken, door een tekortschietende pabo-opleiding, en door beperkte nascholing en begeleiding”. Begrijpelijk vertaalt Trouw op 5 november dit in de kop “Rekenniveau daalt door docent”.

Wie het gehele rapport leest komt echter tot de ontdekking dat deze conclusies niet op harde gegevens gebaseerd zijn. Het feitenmateriaal betreft slechts de sterk toegenomen instroom in de pabo van MBO’ers, het aantal uren rekenonderwijs op de pabo, de relatief geringe mate van deelname van Nederlandse leraren aan nascholing en de mening van deskundigen en nascholers dat er meer nascholing zou moeten zijn.

Vooral dat de laatste groep pleit voor meer belangstelling van leraren voor haar producten lijkt een wel heel verdachte onderbouwing van de conclusie. Verder ontbreekt elke verwijzing naar eventuele evidentie over de effecten van nascholing, de kwaliteit van afgestudeerden van de pabo of leerkrachten in het basisonderwijs. Geen woord over de door de NVAO geconstateerde toegenomen kwaliteit van de pabo’s.

Zonder enige harde evidentie worden de pabo’s en leerkrachten weer aan de schandpaal genageld. Deze “scherpste” conclusie van het rapport berust op broddelwerk de KNAW onwaardig.

Theo Wubbels is hoogleraar onderwijskunde aan de Universiteit Utrecht

mailIcon print |