*

 

Ignacio

Wera de Lange − 14/09/09, 00:00

Soms ontkomt de school er eenvoudigweg niet aan om de opvoeding ter hand te nemen. Als de ouders het laten afweten proberen docenten, samen met hulpverleners, er het beste van te maken.

  • Wera de Lange (Trouw)
  • Streng (Trouw)

De meeste leerlingen komen naar school om les te krijgen en verder geen gedonder. Maar er zijn er ook die, vanwege een scheiding van vader en moeder bijvoorbeeld, grote behoefte hebben aan uithuilen op de schouder van de collega wiskunde. Grote schouder, moet kunnen.

Sommige leerlingen groeien op in chaos en angst en vertonen al het gedrag dat daarbij hoort. Praten, doorverwijzen, troosten, vermanen, mee-opvoeden, overleggen met ouders, gezinsvoogden en hulpverleners, het komt in zo’n geval onvermijdelijk op het pad van docenten.

Op mijn huidige school zijn veel Mickey’s. Met Mickey of zijn ouders ga je niet bespreken hoe het thuis toegaat. Nergens voor nodig. De jongen is kalm, zelfverzekerd, vrolijk en lui. Bij die luiheid, en alleen daar, overlappen in Mickey’s geval de taak van de ouders en die van de school elkaar: we moeten hem samen naar zijn diploma duwen. De school hoeft Mickey niet op te voeden, maar wel melden dat zijn cijfers niet goed genoeg zijn.

De ouders nemen Mickey altijd mee naar tien minutengesprekken. Van de toon in die gesprekken wordt een mens gelukkig. „Tja jongen, dan zal je toch echt eens aan het werk moeten. Thuiskomen, computer even uitlaten, boek open”, zegt moeder, zonder woede of paniek. „Ik kan je helpen, eerlijk waar, ik ben redelijk goed in Engels”, zegt vader. „Als we nou om de dag na het eten even.” Mickey knikt: „Ik heb nog nooit huiswerk gemaakt”, zegt hij bedachtzaam. „Maar dat gaat dus niet meer.” Met zijn drieën gaan ze democratisch dat varkentje wassen. Leve Holland, het land van het gelukkige gemiddelde kind (volgens recent OESO-onderzoek).

Op mijn vorige school waren ook Mickey’s, maar ze waren minder overtuigend in de meerderheid. Er was veel meer narigheid. Met de stiefvader van Ignacio bijvoorbeeld ging ik ook niet bespreken hoe het thuis toeging, maar om hele andere redenen dan in het geval-Mickey.

De moeder was niet meegekomen. Ignacio zelf ook niet. En de stiefvader kwam niet om met mij te overleggen wat het beste voor Ignacio was. Hij kwam mij iets leren, want hij wist wel hoe je kinderen moest aanpakken. „Jullie zijn veel te zacht. Bij ons in de Dominicaanse Republiek zouden ze er wel raad mee weten.” Hij maakte een hakgebaar met zijn hand op tafel.

Ik had de man één minuut geleden voor het eerst de hand geschud. Ik had nog nauwelijks een woord kunnen zeggen. Maar meteen al was zijn blik er één vol onversneden minachting en kille woede.

Alle onderbrekingen afsnijdend door steeds harder te praten, brak stiefvader de jongen tot de grond toe af. Ignacio was lui, dom, dik, stiekem, laf, een suffe dromer. Ik begreep de vraatzucht en de gemenigheden van de jongen opeens beter en zag er ter plekke van af om ónze problemen met Ignacio met deze man te bespreken.

Ignacio werd een paar jaar lang door docenten en een naschoolse hulpverlener zo goed en zo kwaad als het ging opgevoed, tegen het afbraakwerk van zijn stiefvader in. Moeder hield zich in het hele verhaal onbereikbaar en onzichtbaar. Op initiatief van de school en met hulp van Ignacio zelf kwam de kinderbescherming in beweging. Het liep uit op een ’uithuisplaatsing’ wegens (ook fysieke) mishandeling.

De moeder van Madeline vroeg zich niet af of de school zich wel met haar opvoeding mocht bemoeien. Op zekere dag stormde ze om tien uur ’s ochtends het gebouw binnen. Met dronken efficiëntie wist ze meteen het goede lokaal te vinden voordat de conciërge haar bij haar lurven kon grijpen. Ze pakte haar dochter beet, schudde haar heen en weer en riep: „Waar was je? Hoe kun je zo stom zijn?” Madeline, 14 jaar oud, was de hele nacht op stap geweest.

Huilend liet de moeder zich door de onder-directeur in een kamertje op een stoel duwen: „Ik wil niet dat Madeline op haar 15de zwanger wordt, zoals ik! Ik wil het niet! Ik wil het niet!’’ Moeder en mentor (ik) waren het die ochtend overal roerend over eens: het meisje had rust, veiligheid, regelmaat, liefde en discipline nodig. We wisten ook dat er niets van terecht zou komen. De moeder zou teveel blijven drinken en wij docenten konden bij Madeline geen enkel opvoedkundig handvat vinden. Er was geen gesprek met het kind te voeren. Ze dobberde volkomen passief op haar eigen ondergang af. Alleen de disco kreeg haar wakker.

We hebben het geprobeerd, maar hier was voor moeder en school geen beginnen aan. Madeline kwam in een tehuis terecht. Een nederlaag, die komen op sommige scholen veel voor. Maar je als school afzijdig houden van de opvoeding en de toekomst van doodongelukkige kinderen, gaat in ieder geval niet.

mailIcon print |