*

 

De leraar kan het niet alleen

Somajeh Ghaeminia − 14/09/09, 00:00

Ze poetsen, versieren, begeleiden en denken mee met de leerkrachten. De ouders op basisschool De Bron in Wezep zijn niet weg te denken uit de school.

  • (Trouw)
  • Overblijfmoeders begeleiden de lunch op basisschool De Bron in Wezep. (Trouw)

Als de klas naar gym is, duiken een paar moeders het klaslokaal in. Gewapend met emmers en trekkers lappen ze drie keer per jaar de ramen. Het zijn kritische poetsers, die moeders: nu ze toch bezig zijn nemen ze ook gelijk de poppenhoek mee.

De inzet van de vrijwillige ramenwassers scheelt de christelijke basisschool De Bron in het Gelderse Wezep veel geld. Geld dat ze liever besteden aan een schoonmaakbedrijf dat de wc’s dagelijks komt soppen. En aan leuke activiteiten: een uitgebreide puzzeltocht met barbecue aan het begin van het schooljaar om maar wat te noemen, schoolreisjes naar het bos, een pretpark of dierentuin, een voetbaltoernooi en cadeautjes met Sinterklaas. Al deze en nog veel meer activiteiten waren aan de kleine driehonderd leerlingen voorbij gegaan zonder de inzet van de vrijwilligers: een vaste kern van tachtig onmisbare ouders, voornamelijk moeders, verdeeld over allerlei ploegjes, commissies en werkgroepen.

Onder de vleugels van adjunct-directeur Stijnie van Dorp – een vijftiger met zichtbaar plezier in haar werk – organiseren de vrijwilligers zichzelf en hun werk. De vacatures worden moeiteloos vervuld en er wordt flink maar efficiënt vergaderd, overlegd en over en weer gecommuniceerd. „Neem nou de verkeersouders”, zegt Van Dorp enthousiast. „Daar heb ik geen omkijken naar. Die overleggen met de gemeente en de politie en doen weer verslag aan mij.”

Het lijkt inmiddels vanzelfsprekend dat De Bron een beroep kan doen op al die actieve ouders. Maar ooit kwamen ook hier de vaders en moeders niet verder dan het schoolplein, vertelt Van Dorp. Ze zat er als klein meisje zelf op school en werkt er inmiddels 32 jaar. „Toen ik als kleuterjuf begon, gingen de kinderen in keurige rijen naar binnen en de deur van de klas ging dicht. Nu moet je ouders soms een briefje meegeven met het verzoek niet te lang in de klas te blijven.”

De school kan tegenwoordig nauwelijks zonder ouders functioneren, zegt Van Dorp. „Het onderwijs is veranderd. De kinderen werken meer in groepjes, ze koken, krijgen verkeersles en workshops. Een leerkracht kan dat niet alleen en heeft de hulp van ouders daarbij nodig.” De kloof tussen ouders en school is bovendien kleiner geworden, weet Van Dorp. „Soms lijk ik wel een sociaal werkster. Ouders bespreken de moeilijkheden binnen het gezin makkelijker met ons, alles komt hier binnen.”

Uit landelijk onderzoek blijkt dat steeds meer ouders hun problemen en eisen in de klas droppen, maar weigeren zelf de handen uit de mouwen te steken. De Bron begint een uitzondering te worden: hier is aan vrijwilligers geen tekort. Toch kent ook deze school vaders en moeders die nooit uit zichzelf helpen. „Niet omdat ze te druk zijn met hun werk”, zegt Jolanda Berghorst. Als voorzitter van de schoolcommissie vertegenwoordigt zij de belangen van de ouders in het schoolbeleid. „Het zijn mensen die best tijd hebben maar zich toch niet inzetten.” In tegenstelling tot de meeste vrijwilligers, die hebben vaak óók nog een baan buitenshuis. Berghorst zelf heeft met haar man een eigen zaak en is daarnaast zo’n twee avonden per week in touw voor de school van haar kinderen, al acht jaar lang. Als geen ander weet zij: „Het zijn altijd de drukbezette ouders die overal actief zijn. Dan kom je ze weer tegen bij de sportvereniging achter de bar of zie je ze lopen met een collectebus.”

Maar zoveel hoef je niet te doen. Eens per jaar helpen tijdens het schoolreisje is ook goed. Waarom die ene groep ouders dat niet wil? Adjunct-directeur Van Dorp heeft geen idee. „Zolang we niet omhoog zitten, ga ik dat niet onderzoeken. Ik hoop dat ouders die incidenteel helpen zien hoe leuk het is.”

En leuk is het, als je de vrijwilligers mag geloven. Overblijfmoeder Esther van den Berg ziet hoe haar eigen kinderen genieten van haar aanwezigheid op school. „Maar ook het contact met de andere kinderen vind ik geweldig. Het is heel gezellig met de moeders onderling.”

Liane van der Grift, lid van de ouderwerkgroep die allerlei activiteiten organiseert, vult aan: „Als de kinderen geen leuke dingen meer zouden kunnen doen omdat er geen vrijwilligers zijn om te helpen, dan zou ik dat heel jammer vinden. De basisschoolperiode is zo’n leuke tijd, daar wil ik aan bijdragen.”

Jolanda Berghorst stelt haar vrijwilligerswerk ook als voorbeeld aan haar kinderen. „Ik wil ze leren dat ze ook belangeloos een steentje bij kunnen dragen aan de maatschappij. En dat je ook daar voldoening uit kunt halen.” Maar vooral, zeggen de moeders, zou het ’saai en kaal’ zijn om niet meer te doen dan alleen zoon- en dochterlief weg te brengen en op te halen.

Hoe leuk het ook is dat zoveel ouders helpen, zegt de adjunct-directeur, er is wel een grens aan ouderbetrokkenheid. „De school en ouders hebben ieder hun eigen verantwoordelijkheid. Wij gaan over het onderwijs, daar ligt de grens.”

Hun aanwezigheid op school zorgt soms voor gespannen situaties, erkennen de moeders. Berghorst: „Ik vind het soms wel eens moeilijk om als ouder iets te bespreken met de leerkracht van mijn zoon. Want ziet hij me als de voorzitter van de schoolcommissie of als ouder? Als ouders bij me komen klagen over bijvoorbeeld een leerkracht probeer ik loyaal te blijven aan de school. Maar de ouders moeten ook weten dat er naar hen geluisterd wordt. Wij vertegenwoordigen hen.”

Heeft het met de christelijke identiteit te maken dat er op deze school zoveel vrijwilligers rondlopen? Of met de sociale controle in het dorp dat ruim twaalfduizend inwoners telt? Nee, zeggen ze op De Bron. Het is het enthousiasme waarmee ouders elkaar over de streep trekken. „Vorig jaar waren er weinig ouders voor het versieren van de koninginnedagkar voor de jaarlijkse optocht”, vertelt overblijfmoeder Van den Berg. „Toen hebben we een rondje over het schoolplein gelopen. We hadden er zo twintig bij.” „We winnen trouwens altijd met die optocht”, zegt adjunct-directeur Van Dorp lachend. „Dus we hebben een reputatie hoog te houden.”

mailIcon print |