Nederland blijft achterlopen met vergoedingen voor smartengeld. Dat blijkt uit een boek waarin uitspraken van rechters zijn gebundeld.
Advocaten én rechters in Nederland zijn te behoudend met smartengeld voor slachtoffers van geweld of ongelukken. Vooral mensen die zeer ernstig en blijvend letsel hebben opgelopen, zijn daarvan de dupe, zegt juriste Marijke Jansen. „We blijven al jaren achter bij het buitenland.”
Jansen stelde de zeventiende editie van ’Smartengeld’ samen, de driejaarlijkse publicatie van het ANWB-blad Verkeersrecht. Het naslagwerk, dat veel wordt gelezen door letselschadeadvocaten en rechters, is afgelopen week verschenen.
Al twintig jaar speurt Jansen in de archieven van rechtbanken naar vonnissen over smartengeld. De honderden uitspraken staan op volgorde gerangschikt. „Echt ouderwets uitzoekwerk”, zegt Jansen, die dit jaar met pensioen gaat.
Slachtoffers kunnen naast vergoeding van geleden schade ook immateriële schade verhalen op daders: smartengeld. Maar deze vorm van genoegdoening is in Nederland min of meer een sluitpost, blijkt uit het driehonderd pagina’s tellende boek.
Jansen: „Ook advocaten zijn veel te terughoudend. Die zouden best eens wat meer kunnen vragen. En rechters zijn zo mogelijk nog calvinistischer. Het komt eigenlijk al nooit voor dat een rechter een hoger bedrag aan smartengeld oplegt, dan door het slachtoffer wordt gevraagd.”
De Hoge Raad bepaalde in 1992 en 2000 dat rechters bij de hoogte van smartengeld moeten kijken naar de maximum bedragen die eerder door Nederlandse rechters zijn toegewezen. Er mag ook worden gekeken naar ontwikkelingen in het buitenland, maar deze zijn niet beslissend, aldus de Hoge Raad. In Frankrijk, Groot-Brittannië en Duitsland zijn de smartengeldvergoedingen veel hoger.
Volgens Harco de Bosch Kemper, advocaat en redacteur van Verkeersrecht, heeft de Hoge Raad het smartengeld in Nederland willen bevriezen. In een artikel in het boek stelt De Bosch Kemper dat de norm van de Hoge Raad alleen in de lichtere zaken tot een behoorlijke genoegdoening leidt. Dat zijn de zaken waarin slachtoffers binnen een jaar zijn hersteld en er niet of nauwelijks sprake is van lange-termijngevolgen.
Maar in de praktijk leiden de arresten van de Hoge Raad tot ’onaanvaardbare verschillen’ tussen de lichtere letsels en de werkelijk ernstige gevallen, aldus De Bosch Kemper. Hij vindt de verschillen onbillijk voor slachtoffers.
De advocaat kan geen verklaring bedenken voor de zuinigheid van de Hoge Raad. „Is het wel zuinigheid? Ik vrees dat het erger is. Dat er niet alleen bij rechters, maar bij de hele Nederlandse samenleving een afkeer bestaat voor zonder noeste arbeid verdiend geld. Het ’hoort’ eenvoudig niet zonder hard werken rijk te worden. Ik houd het erop dat we nu eenmaal geneigd zijn het verschrikkelijke op grote afstand te houden.”
Het gevolg is dat slachtoffers met lichter letsel smartengeld krijgen dat hen volgens De Bosch Kemper in staat stelt tot een ’koninklijk verblijf aan warme stranden’. „Smartengeld voor zeer zwaar letsel is ternauwernood genoeg voor een weekje per jaar. En dan gaat het alleen nog maar over vakantiereizen. Welke kosten zijn er niet gemoeid met het inschakelen van anderen voor alles waarvoor een gewoon gezond mens alleen zichzelf nodig heeft? Waarom zou een ernstig gehandicapt slachtoffer niet gewoon een beetje rijk mogen zijn?”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.