Nederlandse architecten presenteerden gisteren op een conferentie oplossingen voor krimpende steden en het lege platteland.
Duinen in Terneuzen met vrije woningen, een kuuroord met zeealgen in Noordoost-Friesland, gratis kluswoningen met verbeterplicht en een zilverzandstrand in Limburg. Het zijn vier van de talloze ideeën van ontwerpers om leefbaarheid en kwaliteit te behouden in krimpende steden en plattelandsgebieden.
De Bond van Nederlandse Architecten (BNA) presenteerde gisteren tijdens een conferentie in het architectuurinstituut een studie over de kansen van de krimp. Daar krijgt zestig procent van de gemeenten in de komende vijftien jaar mee te maken. Om zichtbaar te maken waar bewoners en beleidsmakers keuzes kunnen en moeten maken, hebben (landschaps)architecten, stedebouwkundigen en planologen een speciale methodiek ontwikkeld. Daarmee kunnen deze ’vrijdenkers’ de discussie aanjagen en een nieuwe – minder sombere – manier van denken over krimpgebieden aanmoedigen, meent Jan van Dijk, voorzitter van de stuurgroep krimp van de BNA.
De betrokken dorpen en steden vinden forse obstakels, financieel en in regelgeving, op hun weg om de leefbaarheid op peil te houden. Andere financiële instrumenten en vormen van plannen en samenwerking, is dan ook een van de belangrijkste aanbevelingen van de ontwerpers. „De manieren van werken uit de afgelopen decennia (wederopbouw en groei) komt bij krimp op losse schroeven te staan.” Het Rijk en banken moeten bijspringen, bepleitten verschillende betrokkenen tijdens de conferentie. Zo kritiseerde de Zeeuwse provinciebestuurder Harry van Waveren dat het Rijk juist geld wegtrekt uit de krimpregio’s, die daardoor niet kunnen investeren.
De ontwerpers waarschuwen dat i maatwerk nodig is. Belangrijk is aan te sluiten op kansen die zich ter plekke voordoen: landschappelijk, cultuurhistorisch, sociaal-economisch en ruimtelijk. Vaak hebben ze ’verborgen’ kwaliteiten gevonden: terpen, historische waterlopen, kreekruggen, maar ook monumenten en energiebronnen. Keuzes maken, soms pijnlijke, is onvermijdelijk, benadrukken ze. Duidelijk is dat op het punt van voorzieningen en werkgelegenheid de dorpen het niet meer ieder voor zich redden.
De studie en aanbevelingen zijn gisteren aangeboden aan het ministerie van Vrom. Die zal ze gebruiken in het plan van aanpak voor krimpgebieden, dat dit najaar naar de Kamer gaat. Van Dijk hoopt dat in de verdere ontwikkeling van de plannen ontwerpers weer een rol krijgen. Want de hele oefening heeft ook voor zijn beroepsgroep iets bijzonders opgeleverd. „Er is nieuw elan en een nieuwe maatschappelijke betrokkenheid onder ontwerpers, zeker ook bij de jonge generatie.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.