*

 

Regionalo’s realiseren zich dat er bij de volgende kandidaatstelling steevast wordt afgerekend.

Redactie: Hans Goslinga, Cees van der Laan, Teun Lagas − 22/04/09, 00:00

Het grootste deel van de bevolking zal het zijn ontgaan; wellicht trok iemand buiten Zeeland even de wenkbrauw op. Maar in Zeeuws-Vlaanderen sprongen ze een gat in de lucht.

  • Lia Roefs (PvdA), Limburgse. (Trouw)

De Hedwigepolder wordt niet teruggeven aan het water, besloot het kabinet afgelopen vrijdag. De natuurcompensatie voor het verder uitdiepen van de vaarweg naar Antwerpen wordt elders gevonden.

Dit was het resultaat van effectief politiek-maatschappelijk verzet tegen een aanvankelijk oppermachtige tegenstander, want het kabinet stak het liefst de Hedwigedijk door, daarbij gesteund door België en natuurorganisaties.

Een van de hoofdrolspelers was Ad Koppejan, het CDA-Kamerlid uit Zeeland, in het jargon van het Binnenhof ook wel een regionalo genoemd. Kamerleden die de belangen van een bepaalde streek of regio scherp in het vizier houden. Doorgaans komen ze er vandaan en zijn ze door een regionaal gewest of een kieskring voor de Kamer gekandideerd.

Met name de grotere fracties kennen regionalo’s. De Kamerleden van het CDA, de meest provinciale partij van het parlement, behartigen bijna allemaal regionale belangen, naast – uiteraard – het nationale belang. De machtigste regionalo’s zitten in de coalitie. Zij kunnen via interne kanalen in fractie, coalitie en kabinet maatschappelijke onvrede doorgeven, druk uitoefenen en alternatieven aandragen. Als regionaal Kamerlid van de oppositie kun je succes boeken door aan te pikken bij een regionalo van een van de coalitiepartijen.

Toen Koppejan de Hedwigepolder op zijn bord kreeg, leek pleiten voor het behoud van de paar weilanden en het handjevol boerderijen bij de Westerschelde kansloos. Maar hij organiseerde werkbezoeken ter plaatse en hoorzittingen in de Tweede Kamer, droeg alternatieven aan en functioneerde als ventiel van de Zeeuwse woede die ’1953’ nooit zal vergeten. Van belang was dat hij Lia Roefs wist te overtuigen, een PvdA-regionalo uit Limburg met verkeer en waterstaat in haar pakket.

Roefs doet regelmatig zaken met Kamerleden uit haar eigen regio, bijvoorbeeld de CDA-Kamerleden Ger Koopmans en Ine Aasted-Madsen, VVD’er Frans Weekers en SP’er Emile Roemer, tezamen respectvol de ’Limburgse Kamermaffia’ genoemd. Onderwerpen die in het Limburgse netwerk langskomen: grensoverschrijdend vervoer, krimp van de bevolking, de A73, de AID in Kerkrade, de IJzeren Rijn en reorganisatie van de rechtbanken.

Bij de regionalo’s hangt altijd wel een wethouder, een burgemeester, een raadslid of een lobbygroep aan de lijn om te pleiten voor of juist tegen een snelweg, bouwlocatie, gemeentelijke herindeling, vis- en melkquota, varkensstallen of ontpolderingen. De Kamerleden realiseren zich dat de eindafrekening steevast volgt bij de volgende kandidaatstelling. Voor hen als politieke loodgieter is het balanceren tussen regionale en nationale belangen.

De naam Koppejan dook ook op in het palingdossier, waarbij de palingvissers uit onder andere Friesland en Zeeland eendrachtig verzet boden tegen het plan van landbouwminister Verburg om de visserij op de met uitsterven bedreigde lekkernij een maand plat te leggen. Het Friese PvdA-Kamerlid Lutz Jacobi en de Zeeuw Koppejan kwamen met het alternatief dat de palingvisserij vrijwillig 157 ton geslachtsrijpe schieraal over de dijken naar zee zal brengen zonder een maand verplichte vakantie aan wal.

Ze kwamen elkaar ook tegen in het mosseldossier. Mosselzaad mocht van de Raad van State niet meer in de Waddenzee worden gevangen om uitgezaaid te worden in de Zeeuwse Oosterschelde. De milieuschade zou te groot zijn. Koppejan en Jacobi gingen soms samen op stap om de mosselindustrie in Zeeland te redden zonder dat het milieu er in de Waddenzee al te veel onder zou lijden.

Naast regionale Kamerleden zijn er ook randstedelijke politici, die opkomen voor lokale belangen. PvdA-Kamerlid Pierre Heijnen, oud-wethouder van Den Haag, komt op voor de Haagse regio. De PvdA’ers Hans Spekman en Staf Depla zetten zich in voor de belangen van het Utrechtse. De PvdA-prijs ’Het meest lokale Kamerlid’ ging vorig jaar naar Depla. De trein van Zwolle naar Den Haag blijkt de thuisbasis te zijn voor de Zwolse maffia. De treinreis inspireert CU-fractievoorzitter Arie Slob, fractiegenote Esmé Wiegman en CDA-Kamerlid Eddy van Hijum regelmatig tot het stellen van schriftelijke vragen over Zwolse kwesties.

mailIcon print |