Op de VN-conferentie tegen racisme wordt gepoogd critici van godsdiensten (lees: de islam) de mond te snoeren. Die pogingen staan niet op zichzelf.
De Verenigde Staten, Canada, Israël, Italië en Australië wonen de VN-conferentie tegen racisme niet bij. Nederland heeft zich achter de boycotters geschaard. Minister Verhagen gelooft niet meer dat de conferentie kan bijdragen aan de bestrijding van racisme. Maar is wegblijven uit Genève verstandig?
De Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties heeft vorige maand een resolutie over belastering van godsdiensten aangenomen, op initiatief van Pakistan. De tekst roept landen op wetgeving te ontwikkelen om het belasteren van religies tegen te gaan. Een zorgelijke ontwikkeling, die haaks staat op het idee achter mensenrechten: de bevordering en bescherming van individuen, en niet van abstracte ideologieën zoals religies.
De resolutie staat niet op zichzelf. Dezelfde betreurenswaardige ontwikkeling zien we bij de VN-conferentie tegen racisme, die nu gehouden wordt. De aanvankelijke ontwerptekst van de slotverklaring stelt dat belastering van de islam en andere godsdiensten als racisme moet worden gezien en een schending van mensenrechten. Veel landen, waaronder Nederland, zien dit terecht als onaanvaardbare aantasting van het recht op vrije meningsuiting.
Want wat wordt precies bedoeld met belediging of laster en wie bepaalt dat? In het internationale recht is laster een uitspraak over een persoon die feitelijk niet klopt en de reputatie van die persoon beschadigt. Maar hebben religies een reputatie? En, kan die worden beschadigd? Is het bekritiseren van praktijken, zoals discriminatie van vrouwen of homoseksuelen, ook belasteren van een godsdienst?
De Mensenrechtenraad meent dat belastering van godsdiensten een belediging is van de menselijke waardigheid en een beperking van de vrijheid van haar aanhangers. Dat lijkt me onzin. Iemand die kritiek heeft op het liberalisme of een ander -isme behoeft de aanhangers daarvan nog niet te discrimineren. Kritiek op een religie is nog geen discriminatie van mensen en evenmin aanzetten tot haat tegen die mensen.
Deze opstelling dreigt eerder zélf tot een inperking van de vrijheid van levensbeschouwing en religie te leiden. Immers, ook interne kritiek kan door autoritaire regimes gezien worden als laster die moet worden bestraft. Met een verwijzing naar de resolutie, wordt het afwijken van de officiële en dominante religie een mensenrechtenschending. Zie het verhaal van de Afghaanse student journalistiek Parvez Kambaksh. Hij moet twintig jaar cel uitzitten voor godslastering omdat hij een kritisch artikel zou hebben geschreven over de Koran. In het artikel werd de vraag opgeworpen waarom een man wel vier vrouwen mag hebben en een vrouw niet vier mannen.
Je kunt een uitspraak over een religie moreel onverantwoord, onfatsoenlijk of onverstandig vinden. Maar dat is nog geen reden zo’n uitspraak juridisch te verbieden. Als we dat wel doen, worden de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van levensovertuiging ernstig bedreigd.
Kritiek op godsdiensten is nodig. Hetzelfde geldt natuurlijk voor andere levensbeschouwingen. Het ervaren van kritiek als een belediging is een subjectieve notie. De een is gekrent, de ander laat een uitspraak onberoerd. Dat kan geen reden zijn om de vrijheid van meningsuiting of vrijheid van levensovertuiging in te perken.
Gelukkig hebben veel staten nu wel bezwaar gemaakt tegen het aanmerken van belastering van godsdiensten als schending van mensenrechten, zoals gesteld in de ontwerptekst van de antiracismeconferentie. Inmiddels is de passage over belastering van godsdiensten afgezwakt. Er wordt nu gesproken over de negatieve stereotypering van religies. Maar, naar de mening van velen, ademt de tekst nog een sfeer van beperking van de vrijheid van meningsuiting, van een neiging om religie boven mensenrechten te stellen, van een anti-Israël gezindheid en van beperkte aandacht voor discriminatie.
Het is belangrijk daartegen je stem te verheffen. Hoe begrijpelijk de reactie van minister Verhagen ook is om weg te blijven, het is de vraag of dat de juiste houding is. Zou het niet beter zijn om naar Genève te gaan, om daar te luisteren, maar zeker ook om te spreken, om het debat aan te gaan en met verve en kracht op te komen voor vrijheid van meningsuiting, vrijheid van levensovertuiging en de strijd tegen discriminatie?
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.