*

 

Gülen gaf islamisme nieuw gezicht

Eildert Mulder − 06/02/09, 00:00

Minister van der Laan gaf opdracht voor een onderzoek naar de Gülenbeweging. Een bolwerk van tolerantie of van geraffineerde indoctrinatie?

  • Ook op de PakTurk-school in de Pakistaanse stad Karachi wordt de leer van prediker Fethullah Gulen aangehangen. (FOTO CAROLYN DRAKE, THE NEW YORK TIMES,HH)

De onderzoekers, die in opdracht van minister Eberhard van der Laan (integratie) duidelijkheid moeten scheppen over de beweging van de prediker Fethullah Gülen en de activiteiten in Nederland, zullen kennismaken met een wereld van heftige Turkse emoties.

Maandag was de kogel door de kerk. Vorige zomer was er in het parlement een meerderheid ontstaan voor een onderzoek, dat er nu ook komt. Binnen de Nederlandse gemeenschap was tot vorige zomer weinig bekend over de Fethullah Gülenbeweging. Dat veranderde enigszins na een uitzending van tv-programma ’Nova’.

Daarin klonken harde beschuldigingen. Allerlei Turkse verenigingen en organisaties zouden opereren onder de paraplu van Fethullah Gülen. Hun mooi klinkende doelstellingen (’dialoog, integratie’) zouden een rookgordijn zijn. De Gülenmensen zouden streven naar een islamitische staat.

De Turkse gemeenschap is een soort oester, die soms even opengaat en dan voor een grote verrassing zorgt. De nieuwste verrassing is deze Fethullahbeweging die bezig is veel bekendere Turkse groeperingen te overvleugelen, zoals de orthodox islamitische organisatie Milli Görüs. Het zijn twee werelden.

Milli Görüs is de thuishaven voor de gastarbeiders van de eerste generatie. De aanhangers van Gülen daarentegen zijn piekfijn gekleed en hebben vaak hoge opleidingen. Ze zetten organisaties op poten, die zich toeleggen op de dialoog tussen moslims en andere gelovigen. Hun kantoren zijn een toonbeeld van propere orde. Ze lijken een tomeloze energie te hebben. Ze zetten huiswerkinstituten op, zijn actief in de politiek (vaak CDA), ze geven kranten uit, het zijn vaak zakenmensen. In Rotterdam hebben ze zelfs een complete scholengemeenschap opgezet, het Cosmicus-college.

De onderzoekers zullen terechtkomen in een spervuur van elkaar verketterende meningen en interpretaties. Ze zullen mensen ontmoeten, die graag hun visie zullen geven maar uitsluitend anoniem. Onder hen zijn uitgetreden kaderleden van de beweging die het benauwd kregen van wat zij zien als sektarische verschijnselen. Maar aanhangers van Gülen zullen juist volhouden dat ze zich, in navolging van hun grote voorbeeld, inzetten voor een tolerante islam.

Voor Anita Fühmel, raadslid voor Leefbaar Rotterdam, is het aangekondigde onderzoek een beloning voor langdurig en volhardend werk, waarmee ze in haar woonplaats de strijd aanbond met instellingen, die te maken hebben met Fethullah Gülen. Ze was vooral verbaasd over de subsidie die het Cosmicus-college in Rotterdam kreeg.

Het Cosmicuscollege zegt dat het wereldburgers wil opleiden en de toenmalige minister van onderwijs Maria Verhoeven was van die doelstelling diep onder de indruk, zo liet ze blijken in haar toespraak bij de opening, begin 2007.

Fühmel heeft een dossier aangelegd over de Fethullahbeweging. Ze is er, met haar Turkse bronnen, van overtuigd dat deze beweging streeft naar islamisering en indoctrinatie van Turkse jongeren, die hen ongeschikt zullen maken voor een goede integratie. Vorig jaar kreeg ze een motie door de Rotterdamse raad, die een onderzoek eiste naar gemeentelijke subsidies voor instellingen, die zich laten inspireren door Gülen. In totaal ging het om ongeveer twee miljoen euro.

De aanhangers van Gülen moeten zich verweren tegen twee beschuldigingen. De eerste is die van het dubbele gezicht, naar buiten toe open en modern, naar binnen toe strak, van de wereld afgekeerd. Dat beeld schetsen uitgetreden aanhangers. Volgens hen dienen de huiswerkinstituten (al dan niet voorzien van internaten) twee doelen: indoctrinatie en het kweken van een elite. Die elite krijgt mooie opleidingen, maar is volgzaam en laat het persoonlijke leven vergaand door de beweging bepalen en zou zelfs huwelijken laten arrangeren. „Een hoog opgeleide kudde”, zegt een tegenstander.

Aanhangers van Gülen spreken dit alles met klem tegen. Ze wijzen op eerdere onderzoeken naar de internaten, die volgens hen niets opleverden. Ze zeggen dat ze zich niet alleen moeten verdedigen tegen de beschuldiging dat ze een islamitische agenda hebben; vanuit de hoek van Milli Görüs klinkt juist het omgekeerde, dat de Gülenmensen vermomde christenen zijn.

De onderzoekers zullen zich, behalve met de ideologische inhoud, ook bezig moeten houden met de structuur van de Gülenbeweging en dan met name de financiering. Wie bekostigt die internaten en huiswerkinstituten, de kranten en de tv-stations?

De Gülenbeweging is bepaald niet beperkt tot Nederland en zou wereldwijd honderden onderwijsinstellingen beheren, in Turkije, Europa, Amerika, Centraal-Azië, Indonesië en ook in Afrikaanse landen.

Een ambtsbericht van het Nederlandse ministerie van buitenlandse zaken had het in 2005 over tweehonderd onderwijsinstellingen. In Nederland tellen de werkgeversorganisatie Hogiaf en haar onderafdelingen veel Gülenaanhangers. Ook het mediabedrijf Time Media Groep in Rotterdam laat zich inspireren door Gülen.

Gülenaanhangers ontkennen dat hun instellingen worden gefinancierd vanuit één grote centrale geldstroom. Ze beweren dat hun organisaties onafhankelijk zijn. Tegenstanders ontkennen dat en de onderzoekers zullen er een kluif aan krijgen om overtuigend aan te tonen hoe één en ander in elkaar zit.

De gemoederen lopen op. In de Gülenkrant Zaman schreef journalist Alaattin Erdal (oud-raadslid CDA, oud-leider van een internaat) dat SP-Kamerlid Sadet Karabulut een aanhanger is van de Koerdische ’terreurorganisatie’ PKK. Karabulut, net als Erdal Koerdisch, reageert gebeten: „Ik ben een Nederlandse volksvertegenwoordiger, die bezorgd is over de toekomst van onze kinderen. Wat is dit voor onzin. Laat hij met bewijzen komen.” Erdal: „Ik heb gepubliceerd wat anderen in de Turkse gemeenschap zeggen. Er zijn ook bewijzen op internet.”

mailIcon print |