*

 

Wat wil Dijksma met de Citotoets?

Hanne Obbink − 06/02/09, 17:26

Zo’n 150.000 basisschoolleerlingen kunnen weer rustig slapen: de Citotoets zit erop. Maar voor alle anderen die met die toets te maken hebben – schooldirecteuren, beleidsmakers, het Cito zelf – is van rust geen sprake. Want de toekomst van de toets staat ter discussie, ook al omdat staatssecretaris Dijksma er een nieuwe functie aan wil geven. Maar wat wil zij nu precies?

Die discussie begon eind vorig jaar toen de PO-raad (de vereniging van schoolbesturen) voorstelde om de toets te verplaatsen van februari naar juni. Die verschuiving moet een eind maken aan de praktijk dat er in de laatste maanden van groep 8 niet serieus meer gewerkt wordt. De musical krijgt vaak meer aandacht dan rekenen en taal.

Goed idee, reageerde Dijksma direct. Maar zowel het Cito zelf als de vereniging van schoolleiders AVS wezen meteen op de gevolgen: als de toets pas in juni wordt afgenomen, verliest die zijn belangrijkste functie. De Citotoets is immers vooral een instrument, naast het advies van de basisschool, om te bepalen op welk niveau in het voortgezet onderwijs een leerling op z’n plaats is. Maar een toets in juni is daarvoor te laat, want de middelbare scholen bepalen al in het voorjaar wie ze toelaten.

Wat is de toekomst van een toets die zijn belangrijkste functie kwijt is? Volgens de AVS is dat duidelijk. Wie de toets wil verschuiven, pleit in feite voor afschaffing ervan, zei de schoolleidersvereniging. Daar is trouwens niets tegen, vindt zij; basisscholen weten ook zonder Citotoets doorgaans prima naar welke middelbare school zij hun leerlingen moeten sturen.

Staatssecretaris Dijksma leek zich niet bewust van deze consequentie, toen zij haar steun voor verschuiving van de toets uitsprak. Dat bleek deze week, toen zij ervoor pleitte de Citotoets niet af te schaffen, maar juist een nieuwe functie te geven: zij wil de resultaten ervan gebruiken om zich te krijgen op het reken- en taalniveau in het Nederlandse basisonderwijs.

Aan dat voorstel zitten de nodige haken en ogen. Het Cito zelf reageerde enigszins terughoudend. „Daar is die toets niet voor bedoeld”, zei men daar. Een voor de hand liggend bezwaar is: niet alle scholen nemen de toets af, en de scholen die hem wel afnemen, laten vaak niet alle leerlingen meedoen. Zwakke leerlingen worden vaak uitgezonderd. Dat maakt de toets een onnauwkeurig instrument om het onderwijsniveau te meten.

De Citotoets gebruiken zoals Dijksma dat wil, kan pas goed als alle leerlingen meedoen. „Alleen dan ontstaat er een eerlijk beeld van het onderwijsniveau”, stelt de onderwijsinspectie niet voor niets. Toch wil de staatssecretaris ook in de toekomst de Citotoets niet verplicht stellen. Basisscholen zijn sowieso niet verplicht een eindtoets – welke dan ook – af te nemen.

Dijksma is dus enerzijds voorstander van een plan waardoor de toets zijn belangrijkste functie verliest. Anderzijds wil zij de toets een nieuwe functie geven, waarvoor die maar matig geschikt is. Zij wacht nu af hoe de discussie tussen basis- en voortgezet onderwijs afloopt. Maar wat zij zelf wil, blijft schimmig.

mailIcon print |