Megaprocessen, zoals de Passagezaak en het hoger beroep van Willem Holleeder, verlopen vanwege de omvang en de belangen niet zonder incidenten. Vooral rechters hebben het moeilijk.
Tot voor kort zette het Openbaar Ministerie (OM) hooguit twee officieren van justitie in bij omvangrijke, complexe strafzaken. Die norm is opgerekt. Op hoogtijdagen zitten in de Passagezaak, het liquidatieproces in Amsterdam, vijf officieren over het dossier gebogen.
Zelfs dat aantal lijkt niet voldoende, nu het OM zelf heeft erkend dat vertrouwelijke telefoongesprekken tussen verdachten en raadslieden niet zijn gewist.
Met elf verdachten en evenveel advocaten zijn de drie rechters in het Passageproces voorlopig in de minderheid. Zij hebben dit zelf niet als een beletsel ervaren. Tijdens de regiezittingen hebben zij geoordeeld dat de 250 ordners voor hen te overzien zijn.
„De rechter blijft de baas in de rechtszaal”, zeggen de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak en deken Willem Bekkers van de Nederlandse Orde van Advocaten. Formeel valt op dit standpunt niets af te dingen. In de rechtszaal ligt de regie bij de rechter, zoals in het schoollokaal de leraar de baas is. Alleen: hoe meer officieren, verdachten en door de wol geverfde advocaten bijeen, hoe lastiger het kan zijn de regie te blijven voeren.
Voorzitter Lauwaars had in het liquidatieproces aanvankelijk moeite met de regie. De duur van dit proces, een heel jaar, vereist wel zo’n regisserende rol van de magistraat. Lauwaars ergerde zich aan het vermeende sarren van enkele advocaten. Toen zijn geduld op was, ontplofte hij bijkans. Er kwam een bemiddelaar van de rechtbank aan te pas om het geschil met de advocaten in beslotenheid bij te leggen.
De ergernissen van de rechtbankvoorzitter waren velerlei en uitten zich door zijn emoties. „Het komt vervelend over dat een advocaat vragen stelt en dat hij er niet eens is als hierop wordt geantwoord”, zei hij tandenknarsend. In ander verband sprak hij van ’schandalige suggesties’ van raadslieden en van ’uiterst ongepast’ gedrag.
Het rondetafelgesprek dat erop volgde, werkte heilzaam. Als de rechtbank zich onverhoopt toch weer stoort aan het gedrag of de handelwijze van een advocaat, is het niet meer uitsluitend Lauwaars die hiervan een punt maakt. Soms is het de oudste, dan de jongste rechter en een enkele keer is het de voorzitter zelf die ingrijpt. Dit maakt de rechtbank, voorlopig, steviger. Er is meer eenheid tegenover de andere procespartijen.
Relatieve rust heerst eveneens bij het hof dat het hoger beroep van Holleeder behandelt. Ook hier waren daar eerst stevige aanvaringen voor nodig. Een van de rechters werd gewraakt, terwijl voorzitter J. Chorus zijn poging om met een paar grapjes de verdediging gerust te stellen, zag mislukken. „Daar zijn we niet van gediend”, beet een van de advocaten hem toe.
Na de wraking is een patstelling ontstaan. Van het hof krijgt de verdediging vooral alle tijd die nodig zou zijn om de onschuld van Holleeder aan te tonen. Dat bleek een week geleden toen de voorzitter het getuigenverhoor van oud-officier van justitie Teeven na vier uur onderbrak en de advocaten van Holleeder voorhield: „Het lijkt erop dat dit nog steeds inleidende vragen zijn over koetjes en kalfjes. Ik wil u zeker niet voor gek zetten, maar zijn dit nu vragen voor de getuige?”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.