*

 

Mbo-docent wil niet ‘meegenomen’, maar serieus genomen worden

Hanne Obbink − 13/02/09, 17:13

Er was eens een mbo-docent met een groepje leerlingen dat er maar niet in slaagde de beginselen van het boekhouden onder de knie te krijgen. Ze moesten zich die zelfstandig, al doende eigen te maken. Maar dat lukte niet. De docent besloot hen apart te zetten in een lokaaltje en gaf hen een paar keer ouderwets les.

Tot de opleidingsmanager erachter kwam. “Dit kan niet”, zei die. “Wij doen aan competentiegericht onderwijs en daar passen klassikale lessen niet bij.” De betrokken docent kreeg een reprimande.

Of dit voorval zich precies zo heeft afgespeeld, is niet te achterhalen. Maar dat verhalen als deze de ronde doen onder leraren is illustratief genoeg. Ons wordt een vernieuwing opgedrongen, wij mogen niet meer naar eigen inzicht onderwijs geven – dat is het gevoel dat uit deze anekdote spreekt.

Er bestaat een kloof tussen bestuurders en leraren in het mbo, bleek deze week ook uit onderzoek in opdracht van de Tweede Kamer. Bestuurders zijn enthousiast over het competentiegericht onderwijs; leraren zijn vaak ook niet tegen deze vernieuwing, maar zien risico’s.

Hoe groot is deze kloof? Wie afgaat op de onderzoeksrapporten, komt daar niet goed achter. Leraren klagen vaak dat deze vernieuwing hen precies voorschrijft hoe zij onderwijs moeten geven. Maar strikt genomen, blijkt uit het onderzoek, legt het competentiegericht onderwijs niets anders vast dan wát een mbo’er aan het eind van zijn opleiding moet kunnen; hóe hem dat wordt bijgebracht, is niet voorgeschreven.

Maar daarmee is niet alles gezegd. Want het ‘wat’ beïnvloedt het ‘hoe’. Competentiegericht opgeleide mbo’ers moeten iets anders kunnen dan mbo’ers van vroeger: over vakkennis én vaardigheden beschikken én in staat zijn die in steeds veranderende omstandigheden te gebruiken. Daarvoor is meer nodig dan klassikale les, daarvoor moeten leerlingen ook zelfstandig aan de slag, met een leraar als ‘coach’.

Het gros van de mbo-leraren hoef je dit niet te vertellen, die weten allang dat onderwijs van tien jaar geleden niet meer voldoet. Toch roept de invoering van competentieleren weerstand op, en voorvallen als die met die ouderwetse lessen boekhouden zijn daar niet vreemd aan. Overenthousiaste managers hebben de nieuwe onderwijsvisie niet zelden nogal dogmatisch uitgedragen. Veel leraren vinden een klassikale les op z’n tijd onmisbaar – maar van hun manager mocht dat niet.

Maar het tij lijkt te keren. De landelijke werkgroep die de vernieuwing van het mbo begeleidt, verspreidde een tijd lang vooral de boodschap dat ‘alles anders’ moest; nu benadrukt ze dat het bij competentiegericht onderwijs draait om het ‘wat’ en dat wie weinig wil veranderen aan het ‘hoe’ daar vrij in is. En bestuurders die hun leraren ruimte geven om dat ‘hoe’ minder rechtlijnig in te vullen, merken dat meningsverschillen als sneeuw voor de zon verdwijnen.

Er zijn nog steeds bestuurders die hun leraren willen ‘meenemen in het proces’ en die met dooddoeners komen als dat ‘je bij elke vernieuwing nu eenmaal voortrekkers hebt en meelopers en mensen die de hakken in het zand zetten’. Maar wat juist opvalt, is dat veel docenten best iets zien in deze vernieuwing. Ze willen alleen dat hun zorgen serieus genomen worden.

mailIcon print |