Er moet een autoriteit komen die kan ingrijpen bij woningcorporaties. Maar niet de ’tandeloze tijger’ die het ministerie nu dreigt in te stellen.
Het toezicht op woningcorporaties is te versnipperd. Dat stelt de Vrom-raad in een gisteren gepresenteerd advies aan de Tweede Kamer.
Op dit moment worden corporaties in Nederland op drie manieren in de gaten gehouden. Het financiële toezicht wordt uitgevoerd door het Centraal Fonds Volkshuisvesting. Het ministerie van vrom controleert of corporaties hun maatschappelijke verplichtingen nakomen. En daarnaast bestaat er intern toezicht door de raad van commissarissen.
Veel woningcorporaties wijzen naar hun commissarissen, als ze aangesproken worden op gebrekkige controle. Maar, zegt Peter Boelhouwer, hoogleraar volkshuisvesting, en lid van de Vrom-raad, zo’n raad van commissarissen bij een woningcorporatie verschilt van hetzelfde orgaan in het bedrijfsleven. „Er zijn geen aandeelhouders die de commissarissen naar huis kunnen sturen.” Bovendien hoort het de commissarissen bij een corporatie niet te gaan om een zo hoog mogelijke winst, maar om het bewaken van het publieke belang. Daar hoort de overheid dus een rol in te spelen.
Dat er geen aandeelhouders zijn, vestigt de aandacht op een ander probleem: het is onduidelijk ’van wie een corporatie is’. Het is al lang niet meer de vereniging van vroeger, waar de huurders in laatste instantie de baas waren. Boelhouwer: „Maar de directie of de toezichthouders zijn ook niet de eigenaar. Dat zou gek zijn: je krijgt ergens een functie en vervolgens krijg je het eigendom van het vastgoed in de schoot geworpen.”
Een goede reden dus om het toezicht door de overheid sterker te maken. Dat kan volgens Boelhouwer door het financiële en het maatschappelijke toezicht samen te voegen en onder te brengen in een zelfstandig bestuursorgaan. „Het Centraal Fonds kan nu alleen de boeken achteraf controleren, en het meer inhoudelijke toezicht van het ministerie komt vaak neer op één brief per jaar, waarin wat algemene aanwijzingen worden gegeven.”
De nieuwe autoriteit zou veel directer kunnen beoordelen of de corporaties hun verplichtingen nakomen. Ze zou sancties kunnen opleggen, als een woningcorporatie bijvoorbeeld het onderhoud aan woningen verwaarloost.
Ook de stuurgroep Meijerink, die onlangs advies uitbracht aan het ministerie, pleitte voor zo’n onafhankelijke autoriteit. Maar Boelhouwer waarschuwt dat Meijerink een uitgeklede versie van toezicht voorstaat. De autoriteit van Meijerink zou namelijk een helemaal nieuwe instelling zijn, die het Centraal Fonds overbodig maakt. De governance code die die nieuwe autoriteit als leidraad zou nemen, zou vooral door de woningcorporaties onderling worden afgesproken. En de leden van de autoriteit zouden worden benoemd op voordracht van Aedes, de koepel van woningcorporaties.
„Dat is de slager die zijn eigen vlees keurt”, reageert Boelhouwer. „Bovendien zit er heel veel expertise bij het Centraal Fonds, waarom zou je dat opheffen? Dat moet je juist die andere taken erbij geven. Maar ik vermoed dat Aedes het Centraal Fonds wat te lastig vindt en liever een uitgeklede versie wil.”
Bovendien heeft de commissie Meijerink zich helemaal niet gebogen over een ander probleem: het verweven van de volkshuisvesting met nieuwe commerciële projecten. Boelhouwer: „Het merkwaardige is dat de corporaties nota bene netto verlies maken op die commerciële activiteiten. Dat kunnen ze opvangen door huurwoningen te verkopen. Dat is dus oneerlijke concurrentie. Ik snap niet waarom we die twee activiteiten niet direct uit elkaar trekken.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.